Van Chania naar Mithimna
Wegens onze late aankomst gisteravond evenals het zeer late eten, hebben we besloten de dames niet al te vroeg uit bed te jagen. Uiteraard ben ik weer om 6u wakker. Dat is iedere dag zo. Niet erg, ik lees ook dan al een beetje. Een blik uit het raam leert dat de grote drukte van gisteravond niet totaal weg is, maar wel is afgenomen. Er loopt wat vergane glorie op straat; tieners die onderweg zijn naar bed na een hele nacht feesten.
Merijn en ik maken vroeg een korte wandeling door Chania. In de straten achter de haven, het minder toeristische gedeelte aan de westkant, is het rustig en heb ik de kans wat mooie plaatjes te maken. We lopen langs de oude stadsmuur en de stadspoort. Chania doet beslist Italiaans aan.
Om half 11, en dat is een absolute recordtijd, vertrekken we met z’n vieren op de fiets. Via de haven rijden we de stad uit en we blijven de kust zoveel mogelijk volgen. Niet overal kun je pal langs het strand fietsen, maar soms wel.
Kreta is hier zo toeristisch dat er diverse dorpen aan elkaar gegroeid zijn. Een keten van toeristische winkeltjes, supermarkten, souvlaki bars, koffietentjes en allerlei restaurantjes. Alle winkeltjes hebben hetzelfde assortiment; drankjes, koekjes, chips, zonnebrandspul, hoeden, petten, flodderjurkjes en opblaasbaar plastic om mee in zee te dobberen. Daarnaast zien we het ene na het bordje voor hotels, kamers en studio’s.
Een kilometer of 10 van Chania neemt het winkelgebeuren af en begint de aanhoudende stroom van resorts. Het ene nog lelijker dan het andere. Een soort betondorp met poolbar. Niet voor te stellen dat je je op zo’n mooi eiland op zo’n plek zou opsluiten voor 2 werken maar het schijnt dat mensen dat doen. Laat mij dan maar door de hitte fietsen en genieten van wat er verder nog te zien is. Want tussen de winkels en betonnige lelijkheid, is overal mooie natuur te vinden.
Toen we gisteravond in de vallende schemering van de haven naar Chania sjeesden, rook ik op een gegeven moment echt ontzettend sterk de geur van rijpe vijgen. Op het vasteland waren ze overal nog groen. Maar inderdaad zag ik een boom vol prachtig paarse vruchten. Zou de natuur hier, 280km zuidelijker, sneller gaan? Maar nee, hier zie ik vandaag ook nog groene vijgen. Maar wat ruiken ze al zalig overal!
We gaan lunchen in Kolympari op een mooi terras aan zee. Het goede terras uitgezocht! Het eten is echt verrukkelijk. Om te beginnen krijgen we spontaan allerlei liflafjes, dipjes en olijven. Daarna delen de dames een bord spaghetti met vongole en mosselen. De saus is zo lekker dat ze zelfs de mosselschelpen één voor één nog uitlikken en schoondippen met een stukje brood. Merijn en ik delen een simpele salade. Voor ons is dat meer dan zat. Op de buurtafel bestaande uit 1 echtpaar met een jongetje van rond de 1 gaat het vijfvoudige naar binnen van war wij met z’n vieren eten. We zitten nog eindeloos na te tafelen want de dames zijn na de laatste hap verdwenen met de woorden: ‘Mogen we nog even op de rotsen spelen?’ En dan doen ze. Spelen, kletsen, we horen ze zingen en zien ze pootjebaden onderaan zittend op de rotsen. Tot besluit komt de serveerster nog met een toetje van het huis, samen met een karafje donkerrode vloeistof en twee glaasjes. Kersenlikeur? Maar nee. Het smaakt kruidig en ik vraag het na; een kruidendrankje (zonder alcohol!) volgens recept van grootmoeder. Ze neemt me me om aan de ‘kruiden’ te laten ruiken en voelen en wat blijkt het te zijn? Citroengeranium! Maar waar komt de rode kleur dan vandaan? Geheim! Ik vermoed vijgen.
Als we verder gaan begint het zwaarste deel van deze tot nu toe gemakkelijke etappe. We hebben nog wat klimwerk voor de boeg. Maar eerst…. koopt Yentl een hoed. Ik zie al een paar dagen dat ze last heeft van de zon maar een zonnebril vindt ze vreselijk. Iets zegt mij dat dit weliswaar de eerste maar nog lang niet de laatste hoed zal zijn…
Vandaag vliegen we werkelijk over de bergen. Het is echt een heel erg mooie route zo door de bergen. Als we het hoogste punt bereikt hebben is het niet ver meer en zien we al snel de zee beneden weer liggen.
Camping Mithimna is er eentje die getuigt van Stoffig Grieks Toerisme. En weer staat er maar een handjevol buitenlanders. Twee Italiaanse campers, een Duits gezin en wij. Verder weer alleen maar Grieken.
We eten ‘s avonds op de camping. Het wordt er naarmate het later wordt steeds drukker. Mensen uit de omgeving arriveren in auto’s en komen hier eten. Maar ook eind van de middag zat hier al een grote Griekse familie aan tafel en wat daar allemaal in verdween, niet te filmen! Ze genoten er duidelijk bijzonder van.
De jongedame bij de receptie zei het al; ze hebben heel erg veel vegetarische gerechten. De restaurants waar souvlaki en ander vlees de boventoon voert zijn volgens haar niet echt Grieks, precies zoals Merijns Griekse collega’s altijd zeggen. We mogen, zoals dat hier gebruikelijk is, in de keuken komen kijken en aanwijzen wat ons lekker lijkt. Dus de tafel staat even later vol met salade, gevulde courgettebloemen, boureki (een soort taart van heel dun gesneden plakjes courgette en aardappel), gevulde tomaat en paprika voor Levia en pastitio (pastagerecht uit de oven met gehakt) voor Yentl. Voor de tweede keer vandaag heel erg lekker eten. Wat een ontzettend fijne dag!

Zaterdag 3 augustus 2019
Zen op zee
We kúnnen het wel, vroeg opstaan! Als de kinderen doordrongen zijn van de noodzaak van het halen van een vliegtuig, boot of trein kan dat. Hoewel, Levia moet ik 3 keer wakker schudden. Bij de 3e keer haal ik het dekbed van haar af. Dat zal haar leren hier in de airco! Maar wat doet het schaap? Ze stapt bij haar zus in bed en doet een poging om nog héél even verder te slapen. Niks daarvan!
Om 7 uur zitten we aan het ontbijt en klokslag half 8 staan we in de hal klaar voor vertrek. Zo vroeg op de ochtend is Athene nog niet echt wakker. We fietsen door lege straten met overal rommel, duiven die doodgemoedereerd voor je wielen lopen, katten en honden die nog wat gapend hun positie innemen, winkels achter hekwerken, een enkele zwerver in een portiek. Ergens op een bovenverdieping van een gebouw gaat een luid alarm af.
We bereiken het Omóniaplein na een kilometer fietsen, de laatste paar honderd meter over de stoep. Vorig jaar zijn we dwars door Bangkok gefietst. Vergeleken met het chaotische verkeer en vooral roekeloos uitziende verkeer hier, was het daar iets beter fietsbaar denk ik nu. We weten inmiddels hoe alles werkt met de metro. Je koopt hier voor €1,40 een kaartje waarmee je 90 minuten lang de hele regio Athene kunt doorkruisen. Prima systeem, geen gedoe met zones of iets in die geest.
Beneden op het perron krijgt Merijn met de tandem aan de hand te maken met een officieel uitziende metromevrouw met een microfoontje. Ze geeft hem te verstaan dat het niet vanzelfsprekend is dat die grote fiets zomaar mee mag. Dat zal aan de machinist moeten worden gevraagd. ‘We’ll see, we’ll see’, zegt ze, waarna Merijn haar verder negeert en zich begeeft naar waar de laatste wagon van de metro zal uitkomen. Dat is de plek voor fietsen en rolstoelen.
Gelukkig is het niet zo druk in de metro als het leek toen ie het station binnen kwam rijden. Zonder problemen gaan we aan boord. Enkele stations later stappen er twee dames in met spierwitte hondjes. De hondjes lopen een beetje langs de tandem en ja hoor, zoals we al verwachtten heeft de ene binnen no time een zwarte vlek op z’n koppie van de kettingsmeer.
Alles gaat zo vlot dat we om 8u35 al in de haven van Piraeus staan en zelfs de tickets al hebben kunnen ophalen. Hoewel ik niet van eindeloos rondhangen op grote boten hou, verheug ik me wel op een paar uurtjes lezen.
De fietsen parkeren we in het ruim en daarna mogen we naar boven. In tegenstelling tot de ijzeren trappen met gaatjes en hobbels die ik verwacht, worden we in een airco zone opgewacht door zeer deftig uitziende stewards. Roltrappen leiden naar boven, alsof je een sjiek winkelcentrum betreedt.
We bezetten een plekje aan dek, tafeltje met 4 stoelen. Daar zitten we precies goed. Lekker wat schaduw. Alleen de hele tijd in de rook van de buurvrouw die het ene stokje met het andere aansteekt tot ze een pakje leeg gerookt heeft (de asbak puilt uit) en overstapt op electronisch ‘roken’. Maar binnen is het ijskoud en buiten heb je mooi uitzicht.
De dag op zee is lang maar heerlijk rustig. Ontzettend veel tijd om te lezen na het nodige rondslenteren. Ik zeg altijd dat ik van de zee hou, maar nu ik hier zo zit, besef ik dat dat niet helemaal waar is. Ik hou van de kust. Voor de zee heb ik gewoon ontzag. Nadat we tussen diverse eilanden doorgevaren zijn, hebben we een flink eind open zee voor de boeg. Merijn en ik zitten hand in hand op twee stoelen gewoon te kijken naar de horizon. Zeer rustgevend.
Ondanks dat de boot een uur te laat vertrok, lijkt ie wat in te lopen qua tijd. Om 17u45 komt er land in zicht, kale bergen met weinig boompjes. Twee uur later kunnen we, bijna als laatsten, aan land. We zijn op Kreta!
Vanaf de haven leggen we met een flinke vaart richting de 8km af naar Chania. Gezien de snel vallende duisternis besluiten we niet nog een aantal kilometers af te leggen richting de camping, ook omdat we op de website gezien hebben dat het een camping met karaokebar is. Daar hebben we slechte ervaringen mee.
Bij de eerste 3 hotels/rooms vangen we bot, maar even later vinden we toch een klein maar fijn hotel. Kamers met uitzicht op zee, de boulevard is 5 meter lopen. Het is tegen elven als we eindelijk nog iets te eten voor ons neus hebben. Morgen weer fietsen!!