Zondag 11 augustus 2019

Aan alles komt een eind…

Het is alweer de laatste dag van onze reis en het zal een lange dag worden. We beginnen nog even heel ontspannen. Piepklein beetje uitslapen, in zee zwemmen, rustig douchen en de boel opruimen.

Dan is het tijd om afscheid te nemen van camping Bekas Beach. We rijden binnendoor terug met de bedoeling onderweg nog ergens iets te eten. Maar alles kost meer tijd dan gedacht, we missen een afslag naar een leuk strandtentje dat we op het oog hadden, dus ergens vlakbij Kynéta komen we tot de conclusie dat we de lunch beter kunnen uitstellen tot in Piraeus.

We draaien de snelweg op en 50 minuten later staan we voor hotel Poseidonio. De autoverhuurder is ook net gearriveerd en neemt de Citroen weer mee. Helemaal goedgekeurd, we hebben er geen extra krassen op gemaakt. De meeste autoverhuurbedrijven hebben een spiksplinternieuw wagenpark. De auto die wij hadden had zo’n 270.000 km op de teller. Dat was hem aan te zien, maar scheelde wel in het prijskaartje en wij geven toch niks om glimmende automobielen.

De fietsen staan nog steeds in de hal van het hotel. De dozen worden ook tevoorschijn getoverd uit de kelder. Er zit keurig een briefje met mijn naam op. De opgevouwen dozen moeten bij mij achterop. Met het hele zootje gaan we naar de souvlaki bar beneden aan de hoofdstraat. Daar genieten we nog van een heerlijke (vega) lunch (en dus geen souvlaki).

Met de dozen achterop mijn fiets is nog net te fietsen, maar achterom kijken is niet meer mogelijk. Dan raak je zo uit balans dat je omver gaat. Dus de keren dat dat moet, stap ik maar af.

Weer rijden we over het haventerrein. Het is er snikheet met al dat asfalt, maar een stuk veiliger fietsen dan over de weg met al dat drukke verkeer.

De trein is godzijdank rustig. Een speciale wagon voor fietsen kunnen we niet vinden. Terwijl we instappen, iedere fiets op een eigen balkon, bedenk ik dat ik niet eens gevraagd heb of ik voor de fietsen ook een treinkaartje had moeten kopen, maar de spoorwegbeambte heeft ons zien aankomen en er niets over gezegd.

In het uur dat onze reis van Piraeus naar de luchthaven duurt (heel handig zonder overstap) komt er ook geen controleur langs gelukkig. Een enkele keer wil er iemand doorheen, die moet zich dan langs of over een fiets wurmen.

Geroutineerd vouwen de kinderen de fietsdozen uit in de hal van het vliegveld. Er komt weer een hoop tape aan te pas. Deze keer moeten de fietsen gewogen worden. Dat levert gelukkig geen problemen op.

Als we naar het vliegtuig mogen lopen vanaf de terminal, zien we dat er geen bagageband is, maar dat alles met het handje geladen wordt. Hoe doen ze dat dan met de fietsen? Zo’n ruim van een vliegtuig is best hoog en zelfs mijn fiets weegt met de doos eromheen 22kg. Merijn vraagt zich hardop af of dat wel goed komt. ‘En anders?’ vragen de kinderen. Nou ja, in het ergste geval moeten we midden in de nacht met een taxi naar huis en worden de fietsen later bezorgd. Ik waarschuw de dames met hun verheugde blikken maar vast dat het waarschijnlijker is dat we toch gewoon moeten fietsen.

Merijn en ik vallen vrijwel meteen na het enorm lawaaiige opstijgen in slaap en worden op 40 minuten voor de landing ontzettend kreupel wakker. Allebei met knetterende hoofdpijn en slapende ledematen. Mijn sandalen zitten altijd superlos, maar links zit nu het bandje in mijn voet gekneld. Auw!!

Op Eindhoven Airport verschijnen als eerste de fietsen. Vlot volgt de rest van de spullen en dan is het uitpakken geblazen en wat onderdelen opnieuw monteren (sturen recht, pedalen er weer op, voorwielen erin). Ondertussen arriveert er nog een toestel uit Spanje waar honden aan boord zijn, die geadopteerd worden door mensen hier. We zijn getuige van de eerste kennismaking van de honden met hun nieuwe baasjes. Pal naast onze fietsenuitpakkerij worden de honden uit hun kooien bevrijd. De meeste honden zijn zeer timide, een enkeling stuitert, maar geen enkele hond blaft.

Als we de luchthaven verlaten, gaat pal achter ons de deur op slot. We rijden 13 km door de (relatieve) kou en gelukkig, ons huis staat er nog gewoon hoor! Het is inmiddels half 2 in de nacht dus we vallen pardoes om. Wat een zaligheid, je eigen bed.

Exact 530 km hebben we afgelegd. En zo is er een einde gekomen aan onze fietstocht en aan dit weblog.

Bedankt voor het meelezen en alle leuke reacties! 😘

Zaterdag 10 augustus 2019

Een kroon op de reis

Oké, er zijn echt relaxtere dingen dan in een Citroen Picasso door Piraeus rijden op een zaterdagmorgen. Nu ben ik wel wat gewend en nooit bang om te rijden, maar dit gaat mijn hobby niet worden. Ik ben zelfs even de snelheid ontwend waarmee je je in een auto verplaatst.

Al gauw merken we hoe saai autorijden is. Je ruikt niks, hoort veel minder, raast aan alles veel te snel voorbij. Ik mis de zon en wind op m’n huid. Bij Kynéta gaan we alweer de snelweg af, omdat de snelweg voortdurend file heeft en we toch meer genieten van weggetjes binnendoor. We komen langs de camping waar we gekampeerd hebben en merken hoe weinig je merkt van hoe steil of vlak de wegen zijn. Alleen Levia vindt het weleens lekker om rustig achterin een auto te zitten. (Later zegt ze dat fietsen wel minder saai is.)

De brug bij Isthmia is juist dicht gegaan als we er aankomen. De koffietentjes aan beide kanten doen niet voor niets goede zaken, maar wij wachten wel met koffie tot we aan de overkant kunnen zitten onder de catalpa’s. Over de brug zien we een auto rijden met op een dak een uitgeklapte buggy. Dè oplossing als je niet weet hoe je zo’n ding inklapt en je kofferbak gereserveerd is voor je beautycase, schoonmoeder en de hond

Levia krijgt eindelijk de kans om de haar beloofde ijscoupe (door meerdere dagen achtereen de bolletjestrui te winnen) en Yentl neemt 2 stokjes souvlaki want zij heeft wat karig ontbeten.

We vervolgen onze reis. Na camping Isthmia rijden we een stuk dat Merijn ooit gefietst heeft zonder ons, op de ligfiets. Voor de rest is het nieuw. Het is echt jammer dat we niet zomaar overal even kunnen stoppen, want het is hier veel groener dan we waar ook gezien hebben onderweg.

Al gauw zijn we weer terug in Epidavros. Op camping Bekas verwelkomt Ella ons handenschuddend en lachend. Wel een beetje verbaasd waar we dan de fietsen hebben gelaten. De camping is veel drukker dan 2 weken terug omdat de Grieken zelf nu massaal vakantie vieren. Toch is er nog wel een schaduwrijke plek voor ons. Terwijl de buren met een boormachine met 4 personen pogingen doen hun kasteel van doek op te zetten, zetten wij onze twee tentjes op en lunchen we.

De tickets die ik vanmorgen kocht voor vanavond zitten nog steeds niet in de mail dus ik loop terug naar Ella. Zij belt ticketmaster en even later zijn ze inderdaad toch binnen.

Het wordt weer een middagje strandvakantie. Dobberen in zee is erg fijn want er is amper wind en de juffrouw van de camping zei al dat het een erg warme dag is. Aan het begin van de avond maken we ons op om naar het oude theater van Epidavros te rijden.

Een stukje volgen we dezelfde weg als we pasgeleden nog gefietst hebben, maar zodra we de nieuwe weg op kunnen, pakken we die. Het is niet gemakkelijk rijden met de zon die nu wat lager staat. Het plan is eerst wat te eten, maar ik wil heel graag even kijken hoe de parkeersituatie en alles is bij het theater. Daar aangekomen worden we meteen door parkeerwachters naar een bepaalde plek gestuurd. We kunnen dus niet meer terug. Gelukkig is er ergens op het terrein ook een restaurantje, vertelt men ons.

Dat restaurant vinden we inderdaad nadat we langs een soort fastfood barretje zijn gekomen. Levia eet een donut, Yentl een hotdog. Wij kijken heel even op de kaart van het restaurant en besluiten ook maar een broodje te eten. Dus staan we even later de zoveelste spanakopita uit een papieren zakje te knagen. Ik kan bijna geen spanakopita (filodeeg gevuld met vooral spinazie) meer zien eigenlijk, maar op zo’n moment moet je gewoon iets. We zijn blij dat we zo vroeg zijn.

Even na achten beklimmen we de berg, de poort door en dan de trappen op naar de buitenste cirkel. We gaan helemaal bovenaan zitten. Nog ruim een uur blijft er een massa mensen binnen stromen, maar vol raakt het theater niet echt.

Uitgebreid maken we foto’s terwijl de zon achter de bergen verdwijnt. Oranje en roos licht op de achtergrond, het silhouet van de bergen en dan dit eeuwenoude theater. Een betoverende plek. De stenen zijn vandaag in de zon goed opgewarmd. Bovenaan staat een klein zuchtje wind, net aangenaam. En dan wachten we….

Eindelijk gaan alle lichten uit. Een stem in het Grieks en daarna Engels heet ons welkom en dan begint…. Prometheus Bound!

Heel eerlijk? Alhoewel het stuk zowel ondertiteld is in Grieks als in Engels, is het best lastig om het precies te volgen. We zien Prometheus die zijn straf uitzit/hangt en allerlei goden die hem bezoeken. De ondertiteling gaat razendsnel, sneller dan ik kan lezen en als je bij probeert te blijven, mis je wat op het toneel gebeurt. En dat is zelfs zonder dat je de tekst precies volgt al indrukwekkend. De muziek erbij is zeer passend en ondersteunt de hele sfeer. Gek genoeg lijkt de wind precies in de meest dramatische gedeeltes aan te zwellen. Dat je hier in een tweeduizend jaar oud theater zit en kijkt naar een (deel van) een even oud verhaal, dat mensen daar toen van genoten en nu nog steeds…. dat geeft toch hoop als het gaat om waardering voor kunst en cultuur?

Na afloop moet de hele mensenmassa het theater weer uit om zich daarna per bus of auto weer te verspreiden over het land. Wonderlijk maar waar, dat gaat best netjes.

Tegen middernacht zijn we terug op Bekas Beach, waar de bewaker ons eerst achterdochtig bekijkt omdat we geen kaart hebben gekregen waarmee de slagboom open gaat. Gelukkig mogen we toch naar binnen voor een laatste nachtje slapen in onze tentjes.

Vrijdag 9 augustus 2019

Varen van Chania naar Piraeus

Wie een stad als Maastricht in de zomer een toeristisch gekkenhuis vindt, zou eens een avondje in Chania door moeten brengen. Was het, toen wij hier 17 jaar geleden met onze vouwkajak aankwamen, alleen maar rustiger omdat het toen half oktober was of is de drukte in het algemeen toegenomen?

Op de vroege ochtend doet echter niets deze kermis vermoeden. Als ik om 7u15 over straat loop op zoek naar een minimarkt die open is, domineren katten het straatbeeld, vergezeld door enkele straatvegers. De winkels zijn hier tot 1-2 uur in de nacht allemaal open en de terrassen nog langer, maar ‘s morgens vroeg kun je het vergeten.

Onderweg naar de haven heb ik een onbedwingbare zin in iets zoets. Dat heb ik zelden en er gauw aan toegeven werkt het beste. Vlak voor we in Souda in de haven arriveren een bakkerij in dan maar. Daar hebben ze geen baklava, wel bougatsa, een soort broodje van filodeeg gevuld met vanilleroom. Levia neemt zo’n typische Griekse broodring met sesam, we kopen ook nog wat kalitsounia, want dat hebben ze op het vasteland niet. Kalitsounia zie je vaak in halfronde vorm. Het wordt verkocht als snack maar staat het ook weleens op de kaart als hoofdgerecht. Dun deeg met daarin groene blaadjes (spinazie of lookalike) met munt en peterselie, soms met een lokale kaas en/of wilde kruiden. De bakker stopt er nog iets lekkers bij dat we maar eens moeten proberen volgens hem.

De haven van Souda is prutserig klein vergeleken met Piraeus, maar ik geloof dat Piraeus dan ook de grootste passagiershaven ter wereld is. Kleine havens en luchthavens hebben als voordeel dat alles simpel en zonder grootscheepse security, wachtrijen en dergelijke gaat. We rijden het hek door en zo de boot op. Stipt op tijd gaan de trossen los en de boot kiest het ruime sop.

Het wordt weer een dag van aan de reling hangen, slenteren, lezen en slapen we aan boord. Zomaar even een tukje doen overweg lukt me heel goed deze vakantie en dat is best verfrissend. We zitten een hele tijd buiten in de schaduw onder een grote reddingsboot. Aangenaam verpozen heet dat.

Ergens gisteren zijn we door de 500 kilometer heen gegaan, dus best goed gedaan gezien de omstandigheden. Natuurlijk voor ons doen wat weinig, maar volgens Merijn telt iedere Griekse kilometer met deze hitte en de steile hellingen voor 3 Hollandse kilometers. Op vroegere fietsvakanties, lang voordat we kinderen hadden, reden we rustig 100-120km per dag. Zo bezochten we flink wat buurlanden, maar ook Oostenrijk, Zwitserland, Spanje en Portugal. Ach, wat waren we jong en niet te houden. Een dagje ergens blijven vonden we ronduit saai. In de tas ging voor ieder 1 boek mee dat vaak ongelezen huiswaarts keerde, omdat de dag bestond uit niet meer dan fietsen, eten en slapen. We hielden (en houden) van die simpelheid. Dat is nu een beetje anders met onze twee dochters.

Na zo’n 7-7,5 uur varen komt Sounia in beeld, de zuidelijke punt van het vasteland onder Athene. Vanaf dan varen we niet meer langs kale of kaal ogende eilanden, kluiten rots, maar ook dorpen en al gauw komt Athene in beeld. Vanaf zee kun je ook de Akropolis zien.

Wegens de wind heb ik mijn wikkelrok uit m’n tas gehaald, opgerold en om mijn hoofd geknoopt om niet de hele tijd last te hebben van in mijn gezicht waaiende losse lokken. De kinderen vinden het maar maf maar ik ben reuze tevreden met deze ‘piratenlook’.

Keurig op tijd, we hebben dan 9 uur gevaren, keert het schip in de haven van Piraeus en legt aan. Dit keer geen gedrang en eindeloos wachten. De boot is vrijwel leeg en voetpassagiers mogen via een speciale uitgang zodat je geen eind door het bedompte ruim hoeft te sjokken.

Het haventerrein biedt ons als fietsers de veiligste mogelijkheid om ons te verplaatsen door de stad. We hebben een kamer geboekt in hetzelfde hotel als toen we aankwamen in Griekenland. Daar staan ook onze fietsdozen nog.

Achter de receptie zit een meneer die we nog niet kennen. Als ik plompverloren met mijn fiets binnen wandel, wil hij me eerst de stoep op sturen. Want fietsen horen gewoon buiten. Hij draait vrij snel bij als ik vertel dat de fietsen 3 weken geleden een nachtje hier in de hal hebben geslingerd en dat we op straat niet zo’n goed idee vinden. Bovendien heeft Merijn speciaal gebeld of de fietsen zelfs nog ren nachtje extra hier mogen blijven.

Deze keer slapen we op de 7e verdieping. Mooi uitzicht, kleine maar verder perfecte kamer voor ons vier. Wel eng, zo’n heel hoog balkonnetje. Even een beetje bijkomen en dan moeten we toch wat eten zien te regelen. Om de hoek blijkt een Indiaas ‘kebab & curry house’ te zitten. We lopen daar eens heen en doen ons tegoed aan 3 vegetarische gerechten wat rijst en een garlic naan. We leven er allemaal enorm van op, instantane blijheid! Wat een beetje linzen, groenten en pepers al niet veroorzaken! Yentl en ik hadden al eens vastgesteld dat voor ons beiden geldt dat vega Indiaas ons lievelingseten is. Merijn en Levia vinden dat ook geen straf en Levia begint zelfs al over fietsen in India.

Een beetje op tijd naar bed vanavond en morgen zijn er weer nieuwe avonturen!

Donderdag 8 augustus 2019

Terug naar Chania

Een beetje rillend staan we in te pakken. Het is nog maar 24 graden en dat voelt echt heel koud. Vannacht was een dekentje ook niet overbodig.

We verlaten Míthimna nu echt. Op weg naar Chania! Eigenlijk hebben we nu in een klein hoekje van Kreta maar een stukje gefietst, maar het waren perfecte dagen. Eigenlijk altijd afgetopt door het eten dat we hier echt veel lekkerder en gevarieerder vinden dan op het vasteland.

Tweehonderd meter voor me rijdt een klein, woest trappend stipje… Slechts 2 kilometer na vertrek zijn we alweer aan het klimmen. Dikke kans dat Levia nu de smaak te pakken heeft en wederom gaat voor de bolletjestrui.

Alhoewel de route hierheen al heel mooi was, nemen we nu een andere terug. Deze gaat over kleinere weggetjes door de bergen. Het eerste stuk is 200 meter klimmen (niet afstand, maar hoogteverschil). Het gaat echt goed en ik merk zelf dat ik steeds meer let op wat ik allemaal zie in plaats van dat ik nog bezig ben met hoe lang de weg nog zal stijgen, iets dat ik in de eerste dagen wel deed.

Boven het dal cirkelt af en toe een roofvogel. De geur van wilde venkel voert hier de boventoon, later weer gevolgd door vijgen. De uitzichten zijn waanzinnig, evenals de vele bijzondere planten. Dus ik fotografeer me weer suf, tot ontsteltenis van de rest.

In Spilia hebben we de keus om de kustweg verder te volgen of nog een omweggetje door het binnenland maken, zodat we de kilometerslange winkelstraat vermijden. We rijden een klein stukje kustweg, zodat we een bakker tegenkomen waar we heerlijk ouderwets pal op de stoep broodjes eten.

Na de lunch steken we het binnenland weer in, waar de citrusbomen talrijk aanwezig zijn. Ook is dit het gebied waar diverse wijnmakerijen zijn volgens de bordjes. Volgens de Geniale Route App zullen we nu zelfs minder moeten klimmen dan via de kustweg. Aanvankelijk rijden we door een dal om een berg heen. Echt waanzinnig goed. Alle geneugten van in de bergen zijn, maar geen heftig klimmen.

Een bordje verwijst naar een ‘Lake Cafe’. Eerst denk ik dat het maar een naam is. Ik kijk op Google maps maar met al die zon mis je nogal eens wat. Zo gaat het met fotograferen trouwens ook regelmatig mis. Je ziet het domweg niet door het keiharde licht. Dus mijn telefoon laat geen meertje zien. Toch komen we aan een meertje. Niet echt spectaculair maar we drinken even wat bij het café.

Het doet er allemaal een beetje Aziatisch aan. Oosterse klanken, bamboe, houten vlonders. Het verwart me. Toen ik voor het eerst in Thailand was, moest ik denken aan Griekenland qua sfeer. Nu is er een soort van omgekeerd iets.

Vanaf het meer is het niet ver meer, maar om de grote weg te vermijden bedenkt Merijn nog een ommetje. Dat komt ons duur te staan. Tot lichte ergernis van de kinderen betekent dit meteen weer een extra berg. Maar wel door een grappig dorpje. Van een mooi dorpje is niet echt sprake. Ik zag het vandaag ineens helder; een MOOI dorp heb ik hier nog niet gezien. Meestal zijn de huizen nogal grondstoffelijk tot zelfs oprecht lelijk maar praktisch. De idylle van de witte huisjes bestaat vooral op ansichtkaarten.

Vlak voor we Chania in rijden gaan we nog even inslaan in een wat grotere supermarkt. Daar lopen mensen gewoon in een minibroekje rond met bikinibovenstukje. Nog nooit zoiets meegemaakt! Gaan ze thuis ook zo boodschappen doen?

Onze geboekte kamer in Chania blijkt in een van de drukste kleine straatjes te zijn vlak achter de haven. De fietsen mogen (tijdelijk) achter in de ijssalon logeren.

De douche bij deze kamer is de meest fancy douche die we ooit hebben gezien. De beheerder komt gelukkig even uitleggen hoe ie aan moet en warmer of kouder. Er is een soort bedieningspaneel en behalve uit de douchekop zijn er ook op andere plekken in de muur sproeiers. Oogt heel sjiek, werkt helaas voor geen meter. De douche is niet eens op te hangen dus gewoon campingachtig gepruts met een handdouche. Ach, zo worden we ook wel schoon.

De baas van de kamers belooft dat hij morgenochtend stipt om 8u in de ijssalon zal zijn zodat we de fietsen nu niet de trap op hoeven mee te nemen naar de kamer. Op straat parkeren is geen optie. Die straat staat tot 1-2 uur vannacht vol met verrijdbare vitrines en rekjes van de talloze winkeltjes.

8 augustus: in memoriam mijn tante Bep. Ze is er niet meer, maar vandaag dacht ik nog eens speciaal aan haar.

Woensdag 7 augustus 2019

Terug naar Míthimna

Eerst Sandra appen bij het wakker worden! Ze is jarig vandaag…. althans, hier. Daar in Canada lopen ze wat achter dus mijn nicht vertrekt, nadat we even gezellig gekletst hebben, naar bed.

‘Als een berg er tegenop zien’ was nog nooit zo letterlijk het geval. De berg die we gisteren afgedaald zijn met alle haarspeldbochten en vele stukken met tenminste 10% helling moeten we nu weer op. Ik weet dat het wel gaat lukken, maar heb geen zin in langdurig geploeter. Maar wat moet dat moet.

Maria, die ons het huisje verhuurde vraagt of ik cash wil betalen. Gelukkig hebben we dat. Nu snap ik ook waarom we voor een prikkie op zo’n mooie plek in een zo fijn huisje konden verblijven; ze houdt ons gewoon buiten de boeken. Heeft ons gisteren in alle vertrouwen een sleutel gegeven en geen naam of paspoort gevraagd. Leuk extraatje voor haar en mazzel voor ons.

Iets voor half 9 zijn we op weg. Te laat om de hele weg omhoog in de schaduw af te kunnen leggen, want over de rand van de bergen staat de koperen ploert al aan de hemel.

Gelukkig zijn we ondertussen flink getraind. Het tripje van Kalloni naar Epidavros ben ik nog steeds niet vergeten, hoe we onszelf helemaal uit de naad fietsten die dag. Fluitend gaat het nu ook niet, maar het is te doen. Levia wint vandaag wederom de bolletjestrui. Telkens als ik in het kleinste verzet dapper naar boven trap met 6km per uur, komt ze me lachend voorbij. Onze kinderen zijn niet van snel en klein trappen, in een veel groter verzet dan wij gaan ze puur op kracht naar boven. En het gaat nog hard ook. Het scheelt dat hun solofiets waarop ze je voorbij stuiven de lichtst bepakte fiets is. Maar het zijn ook sterke meiden.

Eindelijk zijn we bij het kerkje in Platanos, waar gisteren de afdaling begon en vandaag de helse klim is volbracht. Nu kijken we uit naar de taverne waar we gisteren langs reden. Grote borden met ‘breakfast’ erop onder andere. Het zag er gezellig uit en we hebben onszelf beloofd daar te stoppen en nog iets (extra) te eten op de terugweg. De tandem is nog onderweg als Yentl en ik lekker in een stoel neerploffen. Op een oudere heer met een bezem na is het verder leeg. Minutenlang wachten we maar er komt ook niemand. Wel wappert er een bordje: open. Ik ga toch maar binnen een kijkje nemen, roep ‘kaliméra!’ (goedemorgen) maar niks hoor. Wacht eens even, daar zie ik een paar benen uitsteken vanaf een bank. Ik loop erheen, zeg nogmaals gedag en ontdek zo’n typische tiener die volledig opgaat in een mobieltje. Een universeel fenomeen anno 2019. Maar hij schrikt toch op en vertelt me dat ze gesloten zijn. Een mengelmoes van Grieks en Engels komt eruit waar ik niets van begrijp dus ik zeg groet hem en loop weer naar buiten. Daar komt juist de tandem aan. Die kan meteen doorrijden. Honderd meter verder kijk ik achterom en zie ik een familie naast de taverne uit een auto stappen. Ik vermoed dat ze de tiener even alleen hebben gelaten en zelf boodschappen zijn gaan doen. Maar goed, we zijn nu al op weg naar een volgende mogelijkheid om even te ‘tanken’.

Enkele minuten later stoppen we bij een kafeneion, een typisch Grieks koffiehuis. Helaas hebben ze ook niet meer dan koffie, thee en sap. We drinken onze koffie in gezelschap van een paar Griekse opaatjes. Eentje herkennen we zowaar van de camping in Mithimna. De eigenaresse hier houdt kennelijk van tuinieren, want het terras achter ons staat vol met prachtige, veelal bloeiende planten. Het doet me denken aan de tuin van een collega.

Op het terras stemmen we over de rest van de route. We kunnen hetzelfde rijden als gisteren heen maar dat is wat saai. Drie van de vier gezinsleden zijn voor een andere route met iets meer klimmen waarbij we langs de andere kant van een bergketen zullen rijden.

Dit is een goede beslissing! Het klimmen valt reuze mee na die hobbel van zoëven en we rijden door een fenomenaal landschap. Precies wat een fietsvakantie zo leuk maakt. Kleine weggetjes, een enkel agrarisch bedrijfje, een overweldigende natuur en spectaculaire uitzichten. In het begin nog op de zee, maar al gauw zien we alleen de directe omgeving en hoge toppen. Fantastisch!

De lokale fauna moet mij vandaag weer eens hebben, net als gisteren trouwens. Toen kon ik nog net duiken voor een te laag vliegende zwaluw en was er slechts één uit koers geraakte cicade die tegen mijn gezicht aanvloog. Die krengen zijn niet zachtzinnig! Vandaag lijken de levende vliegmachines allemaal de weg kwijt te zijn en een aantal keer hebben we botsingen. Trouwens, als ze gewoon op je schouder of rug landen (geliefde plekken kennelijk?) hoor je een soort ‘pets’, alsof iemand je met vlakke hand op je arm slaat. In het begin schrok ik er zelfs een beetje van. Het blijft bizar, zo’n landende vliegmachine die vervolgens een stukje meelift op de fiets.

We genieten ons helemaal suf van deze route. Een beetje weemoedig bedenk ik dat we hierna nog maar 1 fietsdag te gaan hebben. Zo gaat het nou altijd, heb je helemaal de smaak te pakken, is het alweer voorbij. Maar het is fijn dat we dit überhaupt hebben kunnen doen.

Terug in Kissamos is het al bijna lunchtijd. We moeten nu nog maar een paar kilometer over een inmiddels bekende route en dan zijn we terug in Mithimna.

‘Welcome home’, zegt de campingbaas. Hij vraagt me wat we de vorige keer hebben betaald op Camping Mithimna. Ik moet diep graven in m’n geheugen. Hij maakt er weer een mooi prijsje van, 26€. Voor Griekse campings is dat niet veel (4 personen, 2 tentjes). De tijd dat Griekenland voor ons als West-Europeanen spotgoedkoop was, is allang voorbij. Alleen uit eten gaan is nog echt goedkoop.

We vergelijken vandaag ons gefiets met wat we vorig jaar fietsten in Thailand (#fietsenvanchiangmainaarbangkok). Waarom? Omdat we hier telkens van die kleine stukjes fietsen voor ons gevoel. Ik denk dat het aan een paar dingen ligt:

1. We zijn de eerste twee dagen erg geschrokken van het heel steile klimmen in combinatie met de heftige zon

2. In Thailand was het net zo warm maar vaak bewolkt (en vochtige hitte is wat mij betreft stukken prettiger dan deze droogte)

3. Onze route vorig jaar was op een heel enkele etappe na vrijwel vlak

We hebben het er al een paar keer over gehad en zijn tot de slotsom gekomen dat als we een volgende fietsvakantie bedenken, we het beste weer een ‘van A naar B’ route kunnen kiezen. Weliswaar lag er een door ons gepland rondje, maar door de zwaarte moesten we daar al snel van afwijken. Weer wat geleerd. We zijn toch heel trots op onze tieners dat ze dit soort avonturen met ons aangaan!

Morgen is alweer de laatste fietsdag. De vakantie is daarna nog niet afgelopen en we hebben zelfs een heel leuk toetje in het verschiet, waarover later meer……

Dinsdag 6 augustus 2019

Van Mithimna naar Falasarna

Het was me het nachtje wel weer. De Italiaanse camperburen, die we toevallig ook in Korinthe ontmoet hadden, keken tot na middernacht naar een Italiaanse soap. Hun tv schetterde dwars door ons tentdoek, wat natuurlijk niet zo moeilijk is. Daarna begonnen de andere buren, 3 heren met wat tentjes, luidruchtig te vertrekken. Nou is vertrekken geen ding dat je een half uur lang doet, maar zij verstonden die kunst wel. En toen moest ik nog eens naar de wc in het aardedonker. Tegen de tijd dat ik weer lag en iedereen z’n waffel hield, had ik mijn ereader dringend nodig om weer in slaap te kunnen vallen.

Ik ben verbaasd te zien dat de luidruchtig vertrekkende heren ook weer op honk terug zijn. Ik had meer de indruk dat ze na enen vannacht zouden zijn vertrokken om een charter te halen vanaf de luchthaven van Chania.

Wij pakken een stuk rustiger in. De eerste drie kwartier zijn de kinderen dan ook nog in diepe rust tot Merijn roept: “NU eruit”. Twee slaperige floddertjes vertrekken gewapend met een toilettas richting het sanitairgebouwtje. Amper 10 minuten later zit ook hun tent en slaapgerei in fietstassen en gaan we nog even koffie halen op het terras.

We moeten vandaag slechts 22 kilometer trappen om bij het, naar verluidt, mooiste strand van Kreta uit te komen. Een camping is er niet en we hebben ook niets gereserveerd maar dat komt vast wel goed.

Zoals we gisteren gezien hebben is het stukje tot Betondorp aan Zee (aka Kissamos) prima te doen. Als je deugdelijke asfaltwegen neemt, niet eens de grote weg maar gewoon lekker tussendoor peddelend, ben je er vrij snel. In Kissamos horen we gezang. Het komt uit een steegje met aan het eind een kerk. Mensen lopen in en uit. Gelovigen die de kerk weer verlaten, keren naar huis met een stukje brood in de hand. Kinderen krijgen ook een klein trosje druiven.

We fietsen verder langs de zee, nu ook wat meer stijgend. De zee aan onze rechterhand, de bergen links. Dat heeft als nadeel dat de zon van de kant van de bergen komt en we dus geen enkel sprietje schaduw vinden langs de hele rechterkant van de weg.

In het dorpje Zervania is volgens mij geen stukje horizontaal te vinden. De weg wordt steeds steiler en courgetteplanten kronkelen hier tot over de rand van de weg. Het landschap is weer beeldschoon, als je tenminste de steeds terugkerende mix van oleanders, vijgen, olijven, bougainvillia en hier en daar een eucalyptus kunt waarderen. Het lijkt ook wel alsof iedereen hier zelf een moestuintje heeft. Zelfs pal aan de ingang van een tankstation groeien komkommers.

Ik vind het maar zwaar fietsen vandaag en geneer me niet om af te stappen en stukjes te lopen. Kennelijk is de retsina van gisteren in mijn benen gezakt. Niet meer doen! (Ik had helemaal niet veel op.)

Vlakbij het dorpje Platanos zie ik een bakkerij. Daar nemen we allemaal een tiropita (kaasbroodje)of spanakopita (spinaziebroodje). Levia heeft zichzelf deze vakantie geoefend in het eten van feta. We zien haar nu spontaan af en toe een stukje eten en vandaag is zij degene die tiropita eet.

Feta is in de winkeltjes die we tegenkomen veel duurder dan in Nederland. En dan heb ik het niet over de uit Denemarken geïmporteerde kaas die voor feta moet doorgaan maar die naam officieel niet mag dragen. Zelfs de Dodoni feta die je ook in Nederland ziet, is hier duurder. En dat terwijl in zoveel Grieks eten feta zit. Hier op

Kreta zien we iedere dag wel weer iets van lokaal gemaakte kaas. Het assortiment is nog groter dan op het vasteland.

Na een klein wit kerkje gaat de weg eindelijk omlaag. En hoe! We weten dat we nog maar enkele kilometers voor de boeg hebben, maar de zee lijkt verschrikkelijk ver beneden te liggen. Hard naar beneden kun je hier vergeten, want het eerste stuk is het wegdek daar te beroerd voor. Hobbelend, remmend en gaten ontwijkend dalen we af. Iets later wordt de weg beter maar nog veel steiler. O jee, dat belooft wat voor morgenochtend.

Halverwege is een plek waar iedereen stopt voor foto’s en van die selfies waar je niet van de berg in zee moet kukelen. We zien van bovenaf dat het dal hier zeer vruchtbaar is. Een zee aan olijfbomen. Het is een prachtig gezicht zoals de wind er doorheen waait. Doet mij denken aan een echt Perzisch tapijt, waarbij je de kleur soms ziet veranderen als je de ene of andere kant op strijkt. Er is ook weer veel (lelijk) plastic te zien, allemaal kassen.

Ettelijke haarspeldbochten brengen ons beneden. We fietsen een stukje door in noordelijke richting tot we weer bordjes naar een strandje, tavernes en pensions zien. We stappen maar eens af om te vragen bij een wel heel schilderachtig terras. En ja hoor, meteen raak. Een prachtige kamer voor een prima prijs. We moeten nog even wachten voor alles schoongemaakt is en de bedden opgemaakt, maar dan kunnen we ons intrek nemen.

Lekker op tijd vandaag, dus nog de hele middag voor ons. Daar gaan we eens goed van genieten. Dat ‘mooiste strand van Kreta’ blijkt zandstrand te zijn met grote rotsen voor de kust. Het helderste water dat ik tot nog toe gezien heb. Er wordt veel gesnorkeld zie ik. Loop je vanaf het terras gewoon naar beneden, dan beland je in een miniatuurversie van Zandvoort aan Zee. Druk! Hele families op elkaar gepropt onder rieten parasolletjes. Ik loop het water in en bijna gillend weer uit vanwege in je benen bijtende visjes. Moet je net mij hebben, ik ben in de badkuip al bang om te verzuipen. 😉

Loop je iets naar links over het strand, dan moet je over glibberige, grote, platte stenen het water in. Dat vinden de meeste mensen niet fijn dus hebben we dit stukje strand voor onszelf. Heerlijk! Het is dus weer een heerlijk rustig middagje.

Na de zwempartij drinken we heel gezapig wat op ons balkonnetje. De meiden willen lekker chillen. Wij zijn benieuwd waar het bordje ‘Ancient Falasarnas’ naar verwijst. Het is een paar kilometer fietsen over een grove gravelweg tussen de olijfboomgaarden door. Rottig fietsen vind ik dat zonder bepakking. Onderweg zijn enkele kleine boerderijtjes.

De ‘oude stenen’ stellen niet heel veel voor. Het toegangshokje ziet er verlaten uit. Een bordje verwijst naar een website die het ook al niet meer doet. Falasarna is van oorsprong een belangrijke Dorische nederzetting, gesticht in de 7e eeuw voor Christus. In 356 n.C. kwam door een aardbeving de westkust van Kreta 9 meter omhoog. Wat je nog kunt zien, is dat er resten van een haven zijn, die na deze aardverschuiving natuurlijk onbruikbaar was.

De grootste beloning voor ons fietstochtje vanavond is echter het mooie licht. Ideaal om wat plaatjes te maken. Bij terugkomst gaan we snel op het terras zitten van het restaurantje om de zon in de zee te kunnen zien zakken.

Maandag 5 augustus 2019

Een dagje blijven plakken

Merijn was er al bang voor; de was is vannacht niet gedroogd. Op alle andere plekken waar we waren, was het zo kurkdroog dat de was meestal in een uur droog was (en/of weggewaaid). Zo niet hier. Niet voor niets is dit een camping waar wat gras groeit. Nog een reden om hier een nachtje extra te blijven, bovenop het feit dat het echt een fantastische plek is. Het beetje flodderige maar aangename campinkje, prachtig uitzicht, het verrukkelijke eten en niet onbelangrijk is dat de kinderen het zalig vinden om uit te mogen slapen (Levia) of heerlijk te lummelen. We zouden slavendrijvers zijn als we ze dat niet geregeld zouden gunnen. We staan ook prachtig onder de acacia’s die hun zachtgele bloemetjes en zaden laten vallen.

Ik check het maar even… en nee, Yentl is niet met haar nieuwe hoed gaan slapen, maar het zou me niet eens verbaasd hebben.

Er loopt ineens een stel over de camping met ieder een stuurtas. Ze zien er echter niet uit alsof ze een stukje gefietst hebben in dit klimaat. Veel te keurig gekleed. Maar even later blijkt dat Andreas en Eva inderdaad fietsend hier aangekomen zijn. Hoe krijgen ze het voor elkaar er dan nog zo netjes uit te zien?

In de middag gaan Merijn en ik eropuit. De kinderen willen niet mee. Groot genoeg om zichzelf te vermaken op de camping. We fietsen eerst richting het oosten, waar de asfaltweg al snel ophoudt, maar natuurlijk laten wij ons niet afschrikken door wat onverharde weg. Maar deze ontaardt al vrij snel in een dicht junglepad tussen het Spaanse riet door. We gaan terug en bekijken de mogelijkheid om over het strand te gaan met een kleine passage door een uitmondend riviertje, maar dat zie ik niet zitten. Het water stroomt me iets te hard daar.

We draaien om en gaan richting Kissamos. Wederom al snel over een onverhard pad. Zo te zien houdt het na een tijdje op en is de enige mogelijkheid alweer via het strand. Dit is geen fietsen langs oude stenen, maar fietsen over oude stenen. Tot de keien te groot worden en we helaas af moeten stappen.

Het is wel spectaculair om zo over het strand te lopen. Ergens moeten we door het water maar hier is het prima te doen. Daarna komen we bij een taverne die pal aan zee ligt. Een trapje leidt naar het terras, je kunt alleen langs grote rotsen door heftig klotsende zee verder, maar gelukkig kunnen we een paar meter voor de taverne linksaf een paadje in. Nu hoop ik dat dit niet uitkomt in iemands achtertuin…

Het valt mee en zigzaggend over kleine weggetjes gaan we verder. We passeren inktzwarte koeien, vooroorlogs uitziende kassen (metalen staketsels met wapperend plastic), geiten, schapen, wijngaarden en een hoop andere agrarische bedrijvigheid. Zo komen we uiteindelijk uit in Kissamos.

Als je nog een fraaie strandbestemming zoekt, vergeet Kissamos. Doe het niet! Het is Betondorp aan Zee met veel spookgebouwen; leegstaande, niet afgebouwde villa’s. We rijden tot een klein haventje en besluiten dan om te keren. Terug komen we door het ‘centrum’ van dit oord met de welbekende geliefde touristieke meuk. Gauw doorfietsen maar.

Onderweg terug komen we langs vijgenbomen waar heerlijk rijpe vijgen voor ons klaar hangen. Wat een traktatie. Ik neem er ook wat mee voor Levia.

Ruim 20 kilometer sinds ons vertrek voegen we ons weer bij de kinderen die er nog net zo bij hangen als bij vertrek. Levia en Merijn gaan nog even zwemmen, mij is de zee te woest, maar zoals altijd vermaak ik me prima op het terras met een fles water en mijn ereader. Ik snap niet hoe ik ooit zonder gekund heb. Kan me wel herinneren dat ik ooit op Franse campinkjes boeken kon ruilen, ook een leuk systeem.

We besluiten de dag op het terras van de camping. Ik eet vandaag linzensoep, zalig! Echt weer eens iets anders. Maar alles wat ze hier maken ziet er even lekker uit. Ondertussen spelen we diverse spelletjes kaart. Heel gezellig!

Meer foto’s op onze Facebookpagina ‘fietsen langs oude stenen’.

Zondag 4 augustus 2019

Van Chania naar Mithimna

Wegens onze late aankomst gisteravond evenals het zeer late eten, hebben we besloten de dames niet al te vroeg uit bed te jagen. Uiteraard ben ik weer om 6u wakker. Dat is iedere dag zo. Niet erg, ik lees ook dan al een beetje. Een blik uit het raam leert dat de grote drukte van gisteravond niet totaal weg is, maar wel is afgenomen. Er loopt wat vergane glorie op straat; tieners die onderweg zijn naar bed na een hele nacht feesten.

Merijn en ik maken vroeg een korte wandeling door Chania. In de straten achter de haven, het minder toeristische gedeelte aan de westkant, is het rustig en heb ik de kans wat mooie plaatjes te maken. We lopen langs de oude stadsmuur en de stadspoort. Chania doet beslist Italiaans aan.

Om half 11, en dat is een absolute recordtijd, vertrekken we met z’n vieren op de fiets. Via de haven rijden we de stad uit en we blijven de kust zoveel mogelijk volgen. Niet overal kun je pal langs het strand fietsen, maar soms wel.

Kreta is hier zo toeristisch dat er diverse dorpen aan elkaar gegroeid zijn. Een keten van toeristische winkeltjes, supermarkten, souvlaki bars, koffietentjes en allerlei restaurantjes. Alle winkeltjes hebben hetzelfde assortiment; drankjes, koekjes, chips, zonnebrandspul, hoeden, petten, flodderjurkjes en opblaasbaar plastic om mee in zee te dobberen. Daarnaast zien we het ene na het bordje voor hotels, kamers en studio’s.

Een kilometer of 10 van Chania neemt het winkelgebeuren af en begint de aanhoudende stroom van resorts. Het ene nog lelijker dan het andere. Een soort betondorp met poolbar. Niet voor te stellen dat je je op zo’n mooi eiland op zo’n plek zou opsluiten voor 2 werken maar het schijnt dat mensen dat doen. Laat mij dan maar door de hitte fietsen en genieten van wat er verder nog te zien is. Want tussen de winkels en betonnige lelijkheid, is overal mooie natuur te vinden.

Toen we gisteravond in de vallende schemering van de haven naar Chania sjeesden, rook ik op een gegeven moment echt ontzettend sterk de geur van rijpe vijgen. Op het vasteland waren ze overal nog groen. Maar inderdaad zag ik een boom vol prachtig paarse vruchten. Zou de natuur hier, 280km zuidelijker, sneller gaan? Maar nee, hier zie ik vandaag ook nog groene vijgen. Maar wat ruiken ze al zalig overal!

We gaan lunchen in Kolympari op een mooi terras aan zee. Het goede terras uitgezocht! Het eten is echt verrukkelijk. Om te beginnen krijgen we spontaan allerlei liflafjes, dipjes en olijven. Daarna delen de dames een bord spaghetti met vongole en mosselen. De saus is zo lekker dat ze zelfs de mosselschelpen één voor één nog uitlikken en schoondippen met een stukje brood. Merijn en ik delen een simpele salade. Voor ons is dat meer dan zat. Op de buurtafel bestaande uit 1 echtpaar met een jongetje van rond de 1 gaat het vijfvoudige naar binnen van war wij met z’n vieren eten. We zitten nog eindeloos na te tafelen want de dames zijn na de laatste hap verdwenen met de woorden: ‘Mogen we nog even op de rotsen spelen?’ En dan doen ze. Spelen, kletsen, we horen ze zingen en zien ze pootjebaden onderaan zittend op de rotsen. Tot besluit komt de serveerster nog met een toetje van het huis, samen met een karafje donkerrode vloeistof en twee glaasjes. Kersenlikeur? Maar nee. Het smaakt kruidig en ik vraag het na; een kruidendrankje (zonder alcohol!) volgens recept van grootmoeder. Ze neemt me me om aan de ‘kruiden’ te laten ruiken en voelen en wat blijkt het te zijn? Citroengeranium! Maar waar komt de rode kleur dan vandaan? Geheim! Ik vermoed vijgen.

Als we verder gaan begint het zwaarste deel van deze tot nu toe gemakkelijke etappe. We hebben nog wat klimwerk voor de boeg. Maar eerst…. koopt Yentl een hoed. Ik zie al een paar dagen dat ze last heeft van de zon maar een zonnebril vindt ze vreselijk. Iets zegt mij dat dit weliswaar de eerste maar nog lang niet de laatste hoed zal zijn…

Vandaag vliegen we werkelijk over de bergen. Het is echt een heel erg mooie route zo door de bergen. Als we het hoogste punt bereikt hebben is het niet ver meer en zien we al snel de zee beneden weer liggen.

Camping Mithimna is er eentje die getuigt van Stoffig Grieks Toerisme. En weer staat er maar een handjevol buitenlanders. Twee Italiaanse campers, een Duits gezin en wij. Verder weer alleen maar Grieken.

We eten ‘s avonds op de camping. Het wordt er naarmate het later wordt steeds drukker. Mensen uit de omgeving arriveren in auto’s en komen hier eten. Maar ook eind van de middag zat hier al een grote Griekse familie aan tafel en wat daar allemaal in verdween, niet te filmen! Ze genoten er duidelijk bijzonder van.

De jongedame bij de receptie zei het al; ze hebben heel erg veel vegetarische gerechten. De restaurants waar souvlaki en ander vlees de boventoon voert zijn volgens haar niet echt Grieks, precies zoals Merijns Griekse collega’s altijd zeggen. We mogen, zoals dat hier gebruikelijk is, in de keuken komen kijken en aanwijzen wat ons lekker lijkt. Dus de tafel staat even later vol met salade, gevulde courgettebloemen, boureki (een soort taart van heel dun gesneden plakjes courgette en aardappel), gevulde tomaat en paprika voor Levia en pastitio (pastagerecht uit de oven met gehakt) voor Yentl. Voor de tweede keer vandaag heel erg lekker eten. Wat een ontzettend fijne dag!

Zaterdag 3 augustus 2019

Zen op zee

We kúnnen het wel, vroeg opstaan! Als de kinderen doordrongen zijn van de noodzaak van het halen van een vliegtuig, boot of trein kan dat. Hoewel, Levia moet ik 3 keer wakker schudden. Bij de 3e keer haal ik het dekbed van haar af. Dat zal haar leren hier in de airco! Maar wat doet het schaap? Ze stapt bij haar zus in bed en doet een poging om nog héél even verder te slapen. Niks daarvan!

Om 7 uur zitten we aan het ontbijt en klokslag half 8 staan we in de hal klaar voor vertrek. Zo vroeg op de ochtend is Athene nog niet echt wakker. We fietsen door lege straten met overal rommel, duiven die doodgemoedereerd voor je wielen lopen, katten en honden die nog wat gapend hun positie innemen, winkels achter hekwerken, een enkele zwerver in een portiek. Ergens op een bovenverdieping van een gebouw gaat een luid alarm af.

We bereiken het Omóniaplein na een kilometer fietsen, de laatste paar honderd meter over de stoep. Vorig jaar zijn we dwars door Bangkok gefietst. Vergeleken met het chaotische verkeer en vooral roekeloos uitziende verkeer hier, was het daar iets beter fietsbaar denk ik nu. We weten inmiddels hoe alles werkt met de metro. Je koopt hier voor €1,40 een kaartje waarmee je 90 minuten lang de hele regio Athene kunt doorkruisen. Prima systeem, geen gedoe met zones of iets in die geest.

Beneden op het perron krijgt Merijn met de tandem aan de hand te maken met een officieel uitziende metromevrouw met een microfoontje. Ze geeft hem te verstaan dat het niet vanzelfsprekend is dat die grote fiets zomaar mee mag. Dat zal aan de machinist moeten worden gevraagd. ‘We’ll see, we’ll see’, zegt ze, waarna Merijn haar verder negeert en zich begeeft naar waar de laatste wagon van de metro zal uitkomen. Dat is de plek voor fietsen en rolstoelen.

Gelukkig is het niet zo druk in de metro als het leek toen ie het station binnen kwam rijden. Zonder problemen gaan we aan boord. Enkele stations later stappen er twee dames in met spierwitte hondjes. De hondjes lopen een beetje langs de tandem en ja hoor, zoals we al verwachtten heeft de ene binnen no time een zwarte vlek op z’n koppie van de kettingsmeer.

Alles gaat zo vlot dat we om 8u35 al in de haven van Piraeus staan en zelfs de tickets al hebben kunnen ophalen. Hoewel ik niet van eindeloos rondhangen op grote boten hou, verheug ik me wel op een paar uurtjes lezen.

De fietsen parkeren we in het ruim en daarna mogen we naar boven. In tegenstelling tot de ijzeren trappen met gaatjes en hobbels die ik verwacht, worden we in een airco zone opgewacht door zeer deftig uitziende stewards. Roltrappen leiden naar boven, alsof je een sjiek winkelcentrum betreedt.

We bezetten een plekje aan dek, tafeltje met 4 stoelen. Daar zitten we precies goed. Lekker wat schaduw. Alleen de hele tijd in de rook van de buurvrouw die het ene stokje met het andere aansteekt tot ze een pakje leeg gerookt heeft (de asbak puilt uit) en overstapt op electronisch ‘roken’. Maar binnen is het ijskoud en buiten heb je mooi uitzicht.

De dag op zee is lang maar heerlijk rustig. Ontzettend veel tijd om te lezen na het nodige rondslenteren. Ik zeg altijd dat ik van de zee hou, maar nu ik hier zo zit, besef ik dat dat niet helemaal waar is. Ik hou van de kust. Voor de zee heb ik gewoon ontzag. Nadat we tussen diverse eilanden doorgevaren zijn, hebben we een flink eind open zee voor de boeg. Merijn en ik zitten hand in hand op twee stoelen gewoon te kijken naar de horizon. Zeer rustgevend.

Ondanks dat de boot een uur te laat vertrok, lijkt ie wat in te lopen qua tijd. Om 17u45 komt er land in zicht, kale bergen met weinig boompjes. Twee uur later kunnen we, bijna als laatsten, aan land. We zijn op Kreta!

Vanaf de haven leggen we met een flinke vaart richting de 8km af naar Chania. Gezien de snel vallende duisternis besluiten we niet nog een aantal kilometers af te leggen richting de camping, ook omdat we op de website gezien hebben dat het een camping met karaokebar is. Daar hebben we slechte ervaringen mee.

Bij de eerste 3 hotels/rooms vangen we bot, maar even later vinden we toch een klein maar fijn hotel. Kamers met uitzicht op zee, de boulevard is 5 meter lopen. Het is tegen elven als we eindelijk nog iets te eten voor ons neus hebben. Morgen weer fietsen!!

Vrijdag 2 augustus 2019

Een dag in Athene

Puzzelen…. we hebben een lijstje af te werken:

Boot regelen

Slaapplek in Piraeus nachtje vervroegen

Autootje huren

Hier een nachtje bijboeken

Was doen

De kinderen vragen of ze zonder ons alvast een rondje door de stad mogen lopen samen. Ze hebben de kaart bestudeerd, kennen Athene al een beetje en zien het helemaal zitten. Dus vooruit, ze mogen van ons gaan en we spreken af om 12u op Monastiraki.

Een uur later kunnen wij ook de deur uit. Iets te laat… Volgens Yentl is het 20 minuten lopen naar Monastiraki, maar we doen er 35 minuten over. Inclusief een weigerende telefoon en verkeerd lopen. De kinderen staan vol in de zon te wachten voor de Everest en zijn niet bepaald blij dat we zo laat zijn. We gaan eerst maar even iets eten en gokken goed; erg fijn lunchtentje op het Monastirakiplein.

Daarna slenteren we uren door de stad. Bekijken de ene kralenwinkel na de andere, daar hebben ze er nogal veel van en kopen bij een fietsenmaker een set nieuwe pedalen voor Yentl haar fiets. Dat spul draaide niet meer fatsoenlijk.

Na een paar uur zijn we allemaal doodmoe. Het is vandaag 37 graden en zo midden in Athene is het vrijwel windstil, ruikt het naar een mengsel van uitlaatgassen, souvlaki en een zoet parfum dat nogal vaak voorbij komt. We drijven zowat uit onze schoenen van de hitte. Levia heeft simpele teenslippers aan en helemaal zwarte voeten van alle straatvuil.

Tegen zessen gaan we zoals afgesproken naar de Akropolis. Er staat een flinke rij en van mij hoeft het dan meteen al niet meer, maar de kinderen blijven enthousiast. Na zeer lang wachten kunnen we een kaartje kopen.

“Two adults, two kids”, zeg ik tegen de juffrouw achter het loketje.

Ze komt overeind, bekijkt de kinderen van top tot teen en vraagt: “How old are the…….. kids?” Midden in haar vraag blijft ze lang aarzelend steken. Ze haalt er een collega bij die mee moet beoordelen of onze kids wel echt 15 en 13 zijn. Yentl trekt lachend haar ID tevoorschijn en dan is alles duidelijk. Deze Mevrouw en Miss Langpootmug zijn écht onder de 18 dus ze mogen gratis naar binnen! Het is niet voor het eerst dat ons dit overkomt. Jaren geleden wilde ik met Yentl een Italiaans kasteel in en was het: “Over 18 I suppose?” terwijl ze net 13 was.

Enfin, we zijn binnen en sluiten ons aan in de bijna-file de Akropolis op. Drukkend warm. Bijna geen schaduw. Ergens halverwege kun je mooi het theater van Rhodes Atticus inkijken. Daar is toevallig een kinderkoor aan het inzingen! Een goed kinderkoor uit Salzburg dat hier morgenavond een laatste voorstelling geeft, horen we als we een gids van een Italiaans gezelschap staan af te luisteren. Dat de akoestiek in het theater echt heel bijzonder is, is wel duidelijk. Zelfs als we boven staan, kunnen we ze nog horen zingen.

Helemaal bovenop hebben we uitzicht op de zee van huizen die Athene vormt. Wat een partij lelijkheid bij elkaar. Aan de Akropolis wordt continue flink gesleuteld en gebouwd. Toch wat ontsierend, zo’n grote witte hijskraan midden in het Parthenon.

Veel tijd brengen we er niet door, want de enorme drukte neemt toch een flink deel van ons plezier weg. Er zijn ongeveer 20x zoveel mensen als toen we hier ooit in oktober waren.

Eenmaal afgedaald zoeken we ergens in Plaka een terras om nog wat te eten voordat we teruggaan naar het Museum Hotel. Op dit terras zijn we al eens eerder geweest en het is zelfs precies dezelfde meneer als een paar jaar terug die ons naar binnen haalt. Er zijn nu in de zomer fans en van die vernevelingsinstallaties, net als waarmee Albert Heijn sinds kort al het in plastic voorverpakte fruit denkt te bevochtigen. Het eten wordt opgeluisterd door 3 bouzouki spelende en zingende jongetjes (broertjes). Ze zijn hartstikke goed dus ze verdienen geld als water met hun optreden.

We eten iets simpels want niemand heeft veel trek in deze hitte en bij gebrek aan fietskilometers.

Niet dat we stil hebben gezeten. Mijn telefoon meldt dat we 11km gelopen hebben vandaag. Dat zijn 16.921 stappen. Ik kijk nooit naar zulke dingen maar vond het voor vandaag wel grappig om even te checken.

Morgen heel vroeg op en dan richting Piraeus….

Donderdag 1 augustus 2019

Van Kynéta naar Piraeus

Na anderhalve week Griekenland kunnen we merken dat onze conditie erop vooruitgegaan is. Klimmen gaat gemakkelijker en dat is maar goed ook vandaag. Net zoals er gisteren bij de camping een bord stond ‘laatste camping voor Athene’, zou er ook af en toe een teken moeten zijn dat je de laatste schaduwplek bereikt voor je weer twee kilometer zonder moet terwijl je omhoog trapt. We hebben het eerste stuk van onze etappe gelukkig uitzicht op azuurblauw water, prachtige planten en het sneeuwt of ijzelt niet. Jammer dat de wind z’n adem inhoudt, want een verkoelend briesje zou aangenaam zijn.

Plaatselijk is een stuk natuur afgebrand aan de steile kust, maar de natuur lijkt zich wonderwel goed te herstellen. Gelukkig volgt er een hele mooie afdaling. Zo vind je ze hier zelden; niet te steil en met goed wegdek. Beneden moeten we om een fabriek heen fietsen om zo even later weer een weg langs de zee te kunnen volgen. Langs de weg zijn de oleanders hier zo’n 3-4 meter hoog en ze zorgen fijn voor schaduw. Eenmaal terug aan zee zie ik dat de planten met de paarsblauwe bloemetjes en grijze blaadjes hier tot ver op het strand staan.

We zijn bijna bij de plek waar de boot naar Salamis gaat, maar voor we de laatste kilometers afleggen, drinken we eerst iets op een terras. Behalve grote glazen water met ijs, serveren ze hier ook al hun gasten verrukkelijke cake. Als ik ga betalen, vraag ik of die soms van de plaatselijke bakker van 3 deuren verder komt. Nee, ze bakken die zelf en omdat ik het zo lekker vind, krijg ik zomaar een grote papieren beker met stukjes cake mee. Met een beetje frutselen past ie precies in m’n stuurtas.

Behalve de nog altijd voortdurende herrie (het is serieus hard) van de cicaden, is nu boven ons hoofd ook een aanhoudend gebulder van een overkomende Chinook. Soms vliegt hij zo laag dat het lijkt alsof je hem kunt aanraken als je je arm uitstrekt.

We moeten nog om een serieuze puist steen heen. Dat kan rechtsom over gravel of linksom langs het vliegveld. Daar hebben ze een waanzinnige verzameling Chinooks klaar staan. De weg van vliegveld naar haven lijkt dwars door de woestijn te gaan. Een rechte weg, bomen bestaan hier niet en goden nog aan toe, ik vind het vandaag uitzonderlijk warm. De tegenwind is vanmiddag ook erger dan het klimmen. Toch blijft fietsen wonderwel plezierig. Althans, dat vind ik.

De boot naar Salamis ligt al klaar en we worden hartelijk welkom geheten door de bemanning. Nog meer als ze horen dat we Nederlanders zijn. Uiteraard beginnen ze voetbalclubs op te sommen. Na slechts 8 minuten zijn we aan de overkant.

Welkom op Salamis! roepen de dikke rijen afvalbakken. Verder is er niks. Een gesloten kantoortje of iets dergelijks. Geen spatje schaduw. Terwijl Merijn met ome Google praat over de route steken wij dames onze voeten in het water in de haven.

Even later rijden we over Salamis. Wat me opvalt is dat ik alleen maar naaldbomen zie. Geen enkele loofboom, alleen later in tuinen, waar ze natuurlijk bewaterd worden. Een poging om aan het strand iets te eten strandt, ze hebben alleen drankjes dus we trappen verder tot de stad Salamina. We hebben nog nooit zoveel water verbruikt als vandaag denk ik. Zeven flessen van 1,5L!! En de dag is nog niet om.

Een Vlaamse meneer die ook Grieks spreekt, dient ons ongevraagd van allerlei advies. Als we iets bestellen roept hij dat de kinderen patat moeten, want kinderen houden van patat, zegt hij. Bijna schrijft de juffrouw het al op. Maar onze kinderen houden niet echt van patat. Nou, volgend adviesje dan… Als we op de boot zijn, mogen de kinderen gerust met de kapitein en aan het stuurwiel op de foto. Nu zie ik 1 jongedame met haar ogen rollen. De andere toont nog wel interesse, want zelf een boot besturen klinkt altijd gaaf. En zo gaat het nog eventjes door. Nou duurt het al bijna een uur totdat de door Merijn bestelde portie sardientjes arriveert, maar met onze gratis gids die niet kan stoppen met praten weet, lijkt het nog langer.

Het geeft ons daar aan het tafeltje met uitzicht op de haven van Salamina wel tijd om even te checken hoe het zit met een kamer hier. Camping is er niet. Kamers lijken volgens de websites vol of ver weg. We besluiten Salamis verder te laten zitten en door te gaan richting Athene en dan te beslissen. De kinderen zijn het ermee eens.

Met een te volle maag zitten we even later weer op de fiets. (Note to self: als je gaat lunchen op een terras hooguit 2 gerechten bestellen!) Ik vind het niet erg Salamis meteen weer te verlaten. Misschien is de andere kant van het eiland wel aardig maar hier is er weinig aan. Het havenstadje Palóukia is ronduit lelijk. De haven ligt vol met grote veerboten en vlakbij is knetterend lelijke industrie zichtbaar.

We varen dus naar Piraeus. Vermoeid gaan Yentl en ik beneden in de salon zitten. Het oorspronkelijke tapijt is er bedekt met een laag plastic. Gevalletje spijt van tapijt zeker. Door de airco vergeten we bijna hoe warm het buiten is. Varend dwars door het havengebied van Piraeus zien we grote overslagbedrijven met oneindig veel containers, veel veerboten en vlak voor we echt de haven invaren passeren we een cruiseschip met een miljoen kamers. Of zoiets. Een drijvend Bijlmer flatgebouw. Vast een stuk luxer dan Bijlmer.

Op een bankje in Piraeus moeten we een besluit nemen wat nu te doen, omdat het plan een nachtje op Salamis te blijven is mislukt. De boot naar Kreta komt voorbij als optie maar er zijn vandaag en morgen geen hutten meer vrij en aangezien ik geen 18 meer ben, zie ik slapen aan dek niet zo zitten. Flauw he? Dus we geven gehoor aan de wens van de kinderen en nemen de metro naar Athene. Ik vind het niks, zo’n grote vieze stad en al helemaal in de zomer, maar vooruit. Hopelijk hebben we morgen toch een leuke dag.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag