Terug naar Chania
Een beetje rillend staan we in te pakken. Het is nog maar 24 graden en dat voelt echt heel koud. Vannacht was een dekentje ook niet overbodig.
We verlaten Míthimna nu echt. Op weg naar Chania! Eigenlijk hebben we nu in een klein hoekje van Kreta maar een stukje gefietst, maar het waren perfecte dagen. Eigenlijk altijd afgetopt door het eten dat we hier echt veel lekkerder en gevarieerder vinden dan op het vasteland.
Tweehonderd meter voor me rijdt een klein, woest trappend stipje… Slechts 2 kilometer na vertrek zijn we alweer aan het klimmen. Dikke kans dat Levia nu de smaak te pakken heeft en wederom gaat voor de bolletjestrui.
Alhoewel de route hierheen al heel mooi was, nemen we nu een andere terug. Deze gaat over kleinere weggetjes door de bergen. Het eerste stuk is 200 meter klimmen (niet afstand, maar hoogteverschil). Het gaat echt goed en ik merk zelf dat ik steeds meer let op wat ik allemaal zie in plaats van dat ik nog bezig ben met hoe lang de weg nog zal stijgen, iets dat ik in de eerste dagen wel deed.
Boven het dal cirkelt af en toe een roofvogel. De geur van wilde venkel voert hier de boventoon, later weer gevolgd door vijgen. De uitzichten zijn waanzinnig, evenals de vele bijzondere planten. Dus ik fotografeer me weer suf, tot ontsteltenis van de rest.
In Spilia hebben we de keus om de kustweg verder te volgen of nog een omweggetje door het binnenland maken, zodat we de kilometerslange winkelstraat vermijden. We rijden een klein stukje kustweg, zodat we een bakker tegenkomen waar we heerlijk ouderwets pal op de stoep broodjes eten.
Na de lunch steken we het binnenland weer in, waar de citrusbomen talrijk aanwezig zijn. Ook is dit het gebied waar diverse wijnmakerijen zijn volgens de bordjes. Volgens de Geniale Route App zullen we nu zelfs minder moeten klimmen dan via de kustweg. Aanvankelijk rijden we door een dal om een berg heen. Echt waanzinnig goed. Alle geneugten van in de bergen zijn, maar geen heftig klimmen.
Een bordje verwijst naar een ‘Lake Cafe’. Eerst denk ik dat het maar een naam is. Ik kijk op Google maps maar met al die zon mis je nogal eens wat. Zo gaat het met fotograferen trouwens ook regelmatig mis. Je ziet het domweg niet door het keiharde licht. Dus mijn telefoon laat geen meertje zien. Toch komen we aan een meertje. Niet echt spectaculair maar we drinken even wat bij het café.
Het doet er allemaal een beetje Aziatisch aan. Oosterse klanken, bamboe, houten vlonders. Het verwart me. Toen ik voor het eerst in Thailand was, moest ik denken aan Griekenland qua sfeer. Nu is er een soort van omgekeerd iets.
Vanaf het meer is het niet ver meer, maar om de grote weg te vermijden bedenkt Merijn nog een ommetje. Dat komt ons duur te staan. Tot lichte ergernis van de kinderen betekent dit meteen weer een extra berg. Maar wel door een grappig dorpje. Van een mooi dorpje is niet echt sprake. Ik zag het vandaag ineens helder; een MOOI dorp heb ik hier nog niet gezien. Meestal zijn de huizen nogal grondstoffelijk tot zelfs oprecht lelijk maar praktisch. De idylle van de witte huisjes bestaat vooral op ansichtkaarten.
Vlak voor we Chania in rijden gaan we nog even inslaan in een wat grotere supermarkt. Daar lopen mensen gewoon in een minibroekje rond met bikinibovenstukje. Nog nooit zoiets meegemaakt! Gaan ze thuis ook zo boodschappen doen?
Onze geboekte kamer in Chania blijkt in een van de drukste kleine straatjes te zijn vlak achter de haven. De fietsen mogen (tijdelijk) achter in de ijssalon logeren.
De douche bij deze kamer is de meest fancy douche die we ooit hebben gezien. De beheerder komt gelukkig even uitleggen hoe ie aan moet en warmer of kouder. Er is een soort bedieningspaneel en behalve uit de douchekop zijn er ook op andere plekken in de muur sproeiers. Oogt heel sjiek, werkt helaas voor geen meter. De douche is niet eens op te hangen dus gewoon campingachtig gepruts met een handdouche. Ach, zo worden we ook wel schoon.
De baas van de kamers belooft dat hij morgenochtend stipt om 8u in de ijssalon zal zijn zodat we de fietsen nu niet de trap op hoeven mee te nemen naar de kamer. Op straat parkeren is geen optie. Die straat staat tot 1-2 uur vannacht vol met verrijdbare vitrines en rekjes van de talloze winkeltjes.

8 augustus: in memoriam mijn tante Bep. Ze is er niet meer, maar vandaag dacht ik nog eens speciaal aan haar.
