Vrijdag 9 augustus 2019

Varen van Chania naar Piraeus

Wie een stad als Maastricht in de zomer een toeristisch gekkenhuis vindt, zou eens een avondje in Chania door moeten brengen. Was het, toen wij hier 17 jaar geleden met onze vouwkajak aankwamen, alleen maar rustiger omdat het toen half oktober was of is de drukte in het algemeen toegenomen?

Op de vroege ochtend doet echter niets deze kermis vermoeden. Als ik om 7u15 over straat loop op zoek naar een minimarkt die open is, domineren katten het straatbeeld, vergezeld door enkele straatvegers. De winkels zijn hier tot 1-2 uur in de nacht allemaal open en de terrassen nog langer, maar ‘s morgens vroeg kun je het vergeten.

Onderweg naar de haven heb ik een onbedwingbare zin in iets zoets. Dat heb ik zelden en er gauw aan toegeven werkt het beste. Vlak voor we in Souda in de haven arriveren een bakkerij in dan maar. Daar hebben ze geen baklava, wel bougatsa, een soort broodje van filodeeg gevuld met vanilleroom. Levia neemt zo’n typische Griekse broodring met sesam, we kopen ook nog wat kalitsounia, want dat hebben ze op het vasteland niet. Kalitsounia zie je vaak in halfronde vorm. Het wordt verkocht als snack maar staat het ook weleens op de kaart als hoofdgerecht. Dun deeg met daarin groene blaadjes (spinazie of lookalike) met munt en peterselie, soms met een lokale kaas en/of wilde kruiden. De bakker stopt er nog iets lekkers bij dat we maar eens moeten proberen volgens hem.

De haven van Souda is prutserig klein vergeleken met Piraeus, maar ik geloof dat Piraeus dan ook de grootste passagiershaven ter wereld is. Kleine havens en luchthavens hebben als voordeel dat alles simpel en zonder grootscheepse security, wachtrijen en dergelijke gaat. We rijden het hek door en zo de boot op. Stipt op tijd gaan de trossen los en de boot kiest het ruime sop.

Het wordt weer een dag van aan de reling hangen, slenteren, lezen en slapen we aan boord. Zomaar even een tukje doen overweg lukt me heel goed deze vakantie en dat is best verfrissend. We zitten een hele tijd buiten in de schaduw onder een grote reddingsboot. Aangenaam verpozen heet dat.

Ergens gisteren zijn we door de 500 kilometer heen gegaan, dus best goed gedaan gezien de omstandigheden. Natuurlijk voor ons doen wat weinig, maar volgens Merijn telt iedere Griekse kilometer met deze hitte en de steile hellingen voor 3 Hollandse kilometers. Op vroegere fietsvakanties, lang voordat we kinderen hadden, reden we rustig 100-120km per dag. Zo bezochten we flink wat buurlanden, maar ook Oostenrijk, Zwitserland, Spanje en Portugal. Ach, wat waren we jong en niet te houden. Een dagje ergens blijven vonden we ronduit saai. In de tas ging voor ieder 1 boek mee dat vaak ongelezen huiswaarts keerde, omdat de dag bestond uit niet meer dan fietsen, eten en slapen. We hielden (en houden) van die simpelheid. Dat is nu een beetje anders met onze twee dochters.

Na zo’n 7-7,5 uur varen komt Sounia in beeld, de zuidelijke punt van het vasteland onder Athene. Vanaf dan varen we niet meer langs kale of kaal ogende eilanden, kluiten rots, maar ook dorpen en al gauw komt Athene in beeld. Vanaf zee kun je ook de Akropolis zien.

Wegens de wind heb ik mijn wikkelrok uit m’n tas gehaald, opgerold en om mijn hoofd geknoopt om niet de hele tijd last te hebben van in mijn gezicht waaiende losse lokken. De kinderen vinden het maar maf maar ik ben reuze tevreden met deze ‘piratenlook’.

Keurig op tijd, we hebben dan 9 uur gevaren, keert het schip in de haven van Piraeus en legt aan. Dit keer geen gedrang en eindeloos wachten. De boot is vrijwel leeg en voetpassagiers mogen via een speciale uitgang zodat je geen eind door het bedompte ruim hoeft te sjokken.

Het haventerrein biedt ons als fietsers de veiligste mogelijkheid om ons te verplaatsen door de stad. We hebben een kamer geboekt in hetzelfde hotel als toen we aankwamen in Griekenland. Daar staan ook onze fietsdozen nog.

Achter de receptie zit een meneer die we nog niet kennen. Als ik plompverloren met mijn fiets binnen wandel, wil hij me eerst de stoep op sturen. Want fietsen horen gewoon buiten. Hij draait vrij snel bij als ik vertel dat de fietsen 3 weken geleden een nachtje hier in de hal hebben geslingerd en dat we op straat niet zo’n goed idee vinden. Bovendien heeft Merijn speciaal gebeld of de fietsen zelfs nog ren nachtje extra hier mogen blijven.

Deze keer slapen we op de 7e verdieping. Mooi uitzicht, kleine maar verder perfecte kamer voor ons vier. Wel eng, zo’n heel hoog balkonnetje. Even een beetje bijkomen en dan moeten we toch wat eten zien te regelen. Om de hoek blijkt een Indiaas ‘kebab & curry house’ te zitten. We lopen daar eens heen en doen ons tegoed aan 3 vegetarische gerechten wat rijst en een garlic naan. We leven er allemaal enorm van op, instantane blijheid! Wat een beetje linzen, groenten en pepers al niet veroorzaken! Yentl en ik hadden al eens vastgesteld dat voor ons beiden geldt dat vega Indiaas ons lievelingseten is. Merijn en Levia vinden dat ook geen straf en Levia begint zelfs al over fietsen in India.

Een beetje op tijd naar bed vanavond en morgen zijn er weer nieuwe avonturen!

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag