Een dagje blijven plakken
Merijn was er al bang voor; de was is vannacht niet gedroogd. Op alle andere plekken waar we waren, was het zo kurkdroog dat de was meestal in een uur droog was (en/of weggewaaid). Zo niet hier. Niet voor niets is dit een camping waar wat gras groeit. Nog een reden om hier een nachtje extra te blijven, bovenop het feit dat het echt een fantastische plek is. Het beetje flodderige maar aangename campinkje, prachtig uitzicht, het verrukkelijke eten en niet onbelangrijk is dat de kinderen het zalig vinden om uit te mogen slapen (Levia) of heerlijk te lummelen. We zouden slavendrijvers zijn als we ze dat niet geregeld zouden gunnen. We staan ook prachtig onder de acacia’s die hun zachtgele bloemetjes en zaden laten vallen.
Ik check het maar even… en nee, Yentl is niet met haar nieuwe hoed gaan slapen, maar het zou me niet eens verbaasd hebben.
Er loopt ineens een stel over de camping met ieder een stuurtas. Ze zien er echter niet uit alsof ze een stukje gefietst hebben in dit klimaat. Veel te keurig gekleed. Maar even later blijkt dat Andreas en Eva inderdaad fietsend hier aangekomen zijn. Hoe krijgen ze het voor elkaar er dan nog zo netjes uit te zien?
In de middag gaan Merijn en ik eropuit. De kinderen willen niet mee. Groot genoeg om zichzelf te vermaken op de camping. We fietsen eerst richting het oosten, waar de asfaltweg al snel ophoudt, maar natuurlijk laten wij ons niet afschrikken door wat onverharde weg. Maar deze ontaardt al vrij snel in een dicht junglepad tussen het Spaanse riet door. We gaan terug en bekijken de mogelijkheid om over het strand te gaan met een kleine passage door een uitmondend riviertje, maar dat zie ik niet zitten. Het water stroomt me iets te hard daar.
We draaien om en gaan richting Kissamos. Wederom al snel over een onverhard pad. Zo te zien houdt het na een tijdje op en is de enige mogelijkheid alweer via het strand. Dit is geen fietsen langs oude stenen, maar fietsen over oude stenen. Tot de keien te groot worden en we helaas af moeten stappen.
Het is wel spectaculair om zo over het strand te lopen. Ergens moeten we door het water maar hier is het prima te doen. Daarna komen we bij een taverne die pal aan zee ligt. Een trapje leidt naar het terras, je kunt alleen langs grote rotsen door heftig klotsende zee verder, maar gelukkig kunnen we een paar meter voor de taverne linksaf een paadje in. Nu hoop ik dat dit niet uitkomt in iemands achtertuin…

Het valt mee en zigzaggend over kleine weggetjes gaan we verder. We passeren inktzwarte koeien, vooroorlogs uitziende kassen (metalen staketsels met wapperend plastic), geiten, schapen, wijngaarden en een hoop andere agrarische bedrijvigheid. Zo komen we uiteindelijk uit in Kissamos.
Als je nog een fraaie strandbestemming zoekt, vergeet Kissamos. Doe het niet! Het is Betondorp aan Zee met veel spookgebouwen; leegstaande, niet afgebouwde villa’s. We rijden tot een klein haventje en besluiten dan om te keren. Terug komen we door het ‘centrum’ van dit oord met de welbekende geliefde touristieke meuk. Gauw doorfietsen maar.
Onderweg terug komen we langs vijgenbomen waar heerlijk rijpe vijgen voor ons klaar hangen. Wat een traktatie. Ik neem er ook wat mee voor Levia.
Ruim 20 kilometer sinds ons vertrek voegen we ons weer bij de kinderen die er nog net zo bij hangen als bij vertrek. Levia en Merijn gaan nog even zwemmen, mij is de zee te woest, maar zoals altijd vermaak ik me prima op het terras met een fles water en mijn ereader. Ik snap niet hoe ik ooit zonder gekund heb. Kan me wel herinneren dat ik ooit op Franse campinkjes boeken kon ruilen, ook een leuk systeem.
We besluiten de dag op het terras van de camping. Ik eet vandaag linzensoep, zalig! Echt weer eens iets anders. Maar alles wat ze hier maken ziet er even lekker uit. Ondertussen spelen we diverse spelletjes kaart. Heel gezellig!
Meer foto’s op onze Facebookpagina ‘fietsen langs oude stenen’.
