Dinsdag 6 augustus 2019

Van Mithimna naar Falasarna

Het was me het nachtje wel weer. De Italiaanse camperburen, die we toevallig ook in Korinthe ontmoet hadden, keken tot na middernacht naar een Italiaanse soap. Hun tv schetterde dwars door ons tentdoek, wat natuurlijk niet zo moeilijk is. Daarna begonnen de andere buren, 3 heren met wat tentjes, luidruchtig te vertrekken. Nou is vertrekken geen ding dat je een half uur lang doet, maar zij verstonden die kunst wel. En toen moest ik nog eens naar de wc in het aardedonker. Tegen de tijd dat ik weer lag en iedereen z’n waffel hield, had ik mijn ereader dringend nodig om weer in slaap te kunnen vallen.

Ik ben verbaasd te zien dat de luidruchtig vertrekkende heren ook weer op honk terug zijn. Ik had meer de indruk dat ze na enen vannacht zouden zijn vertrokken om een charter te halen vanaf de luchthaven van Chania.

Wij pakken een stuk rustiger in. De eerste drie kwartier zijn de kinderen dan ook nog in diepe rust tot Merijn roept: “NU eruit”. Twee slaperige floddertjes vertrekken gewapend met een toilettas richting het sanitairgebouwtje. Amper 10 minuten later zit ook hun tent en slaapgerei in fietstassen en gaan we nog even koffie halen op het terras.

We moeten vandaag slechts 22 kilometer trappen om bij het, naar verluidt, mooiste strand van Kreta uit te komen. Een camping is er niet en we hebben ook niets gereserveerd maar dat komt vast wel goed.

Zoals we gisteren gezien hebben is het stukje tot Betondorp aan Zee (aka Kissamos) prima te doen. Als je deugdelijke asfaltwegen neemt, niet eens de grote weg maar gewoon lekker tussendoor peddelend, ben je er vrij snel. In Kissamos horen we gezang. Het komt uit een steegje met aan het eind een kerk. Mensen lopen in en uit. Gelovigen die de kerk weer verlaten, keren naar huis met een stukje brood in de hand. Kinderen krijgen ook een klein trosje druiven.

We fietsen verder langs de zee, nu ook wat meer stijgend. De zee aan onze rechterhand, de bergen links. Dat heeft als nadeel dat de zon van de kant van de bergen komt en we dus geen enkel sprietje schaduw vinden langs de hele rechterkant van de weg.

In het dorpje Zervania is volgens mij geen stukje horizontaal te vinden. De weg wordt steeds steiler en courgetteplanten kronkelen hier tot over de rand van de weg. Het landschap is weer beeldschoon, als je tenminste de steeds terugkerende mix van oleanders, vijgen, olijven, bougainvillia en hier en daar een eucalyptus kunt waarderen. Het lijkt ook wel alsof iedereen hier zelf een moestuintje heeft. Zelfs pal aan de ingang van een tankstation groeien komkommers.

Ik vind het maar zwaar fietsen vandaag en geneer me niet om af te stappen en stukjes te lopen. Kennelijk is de retsina van gisteren in mijn benen gezakt. Niet meer doen! (Ik had helemaal niet veel op.)

Vlakbij het dorpje Platanos zie ik een bakkerij. Daar nemen we allemaal een tiropita (kaasbroodje)of spanakopita (spinaziebroodje). Levia heeft zichzelf deze vakantie geoefend in het eten van feta. We zien haar nu spontaan af en toe een stukje eten en vandaag is zij degene die tiropita eet.

Feta is in de winkeltjes die we tegenkomen veel duurder dan in Nederland. En dan heb ik het niet over de uit Denemarken geïmporteerde kaas die voor feta moet doorgaan maar die naam officieel niet mag dragen. Zelfs de Dodoni feta die je ook in Nederland ziet, is hier duurder. En dat terwijl in zoveel Grieks eten feta zit. Hier op

Kreta zien we iedere dag wel weer iets van lokaal gemaakte kaas. Het assortiment is nog groter dan op het vasteland.

Na een klein wit kerkje gaat de weg eindelijk omlaag. En hoe! We weten dat we nog maar enkele kilometers voor de boeg hebben, maar de zee lijkt verschrikkelijk ver beneden te liggen. Hard naar beneden kun je hier vergeten, want het eerste stuk is het wegdek daar te beroerd voor. Hobbelend, remmend en gaten ontwijkend dalen we af. Iets later wordt de weg beter maar nog veel steiler. O jee, dat belooft wat voor morgenochtend.

Halverwege is een plek waar iedereen stopt voor foto’s en van die selfies waar je niet van de berg in zee moet kukelen. We zien van bovenaf dat het dal hier zeer vruchtbaar is. Een zee aan olijfbomen. Het is een prachtig gezicht zoals de wind er doorheen waait. Doet mij denken aan een echt Perzisch tapijt, waarbij je de kleur soms ziet veranderen als je de ene of andere kant op strijkt. Er is ook weer veel (lelijk) plastic te zien, allemaal kassen.

Ettelijke haarspeldbochten brengen ons beneden. We fietsen een stukje door in noordelijke richting tot we weer bordjes naar een strandje, tavernes en pensions zien. We stappen maar eens af om te vragen bij een wel heel schilderachtig terras. En ja hoor, meteen raak. Een prachtige kamer voor een prima prijs. We moeten nog even wachten voor alles schoongemaakt is en de bedden opgemaakt, maar dan kunnen we ons intrek nemen.

Lekker op tijd vandaag, dus nog de hele middag voor ons. Daar gaan we eens goed van genieten. Dat ‘mooiste strand van Kreta’ blijkt zandstrand te zijn met grote rotsen voor de kust. Het helderste water dat ik tot nog toe gezien heb. Er wordt veel gesnorkeld zie ik. Loop je vanaf het terras gewoon naar beneden, dan beland je in een miniatuurversie van Zandvoort aan Zee. Druk! Hele families op elkaar gepropt onder rieten parasolletjes. Ik loop het water in en bijna gillend weer uit vanwege in je benen bijtende visjes. Moet je net mij hebben, ik ben in de badkuip al bang om te verzuipen. 😉

Loop je iets naar links over het strand, dan moet je over glibberige, grote, platte stenen het water in. Dat vinden de meeste mensen niet fijn dus hebben we dit stukje strand voor onszelf. Heerlijk! Het is dus weer een heerlijk rustig middagje.

Na de zwempartij drinken we heel gezapig wat op ons balkonnetje. De meiden willen lekker chillen. Wij zijn benieuwd waar het bordje ‘Ancient Falasarnas’ naar verwijst. Het is een paar kilometer fietsen over een grove gravelweg tussen de olijfboomgaarden door. Rottig fietsen vind ik dat zonder bepakking. Onderweg zijn enkele kleine boerderijtjes.

De ‘oude stenen’ stellen niet heel veel voor. Het toegangshokje ziet er verlaten uit. Een bordje verwijst naar een website die het ook al niet meer doet. Falasarna is van oorsprong een belangrijke Dorische nederzetting, gesticht in de 7e eeuw voor Christus. In 356 n.C. kwam door een aardbeving de westkust van Kreta 9 meter omhoog. Wat je nog kunt zien, is dat er resten van een haven zijn, die na deze aardverschuiving natuurlijk onbruikbaar was.

De grootste beloning voor ons fietstochtje vanavond is echter het mooie licht. Ideaal om wat plaatjes te maken. Bij terugkomst gaan we snel op het terras zitten van het restaurantje om de zon in de zee te kunnen zien zakken.

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag