Woensdag 31 juli 2019

Van Isthmia naar Kyneta

Terug in NL zal ik eraan moeten denken om m’n fiets weer netjes op slot te zetten. Hier ploffen we op een terras neer en laten de fietsen gewoon ergens voor de deur slingeren, stuurtassen met waardevolle spullen gaan wel altijd mee.

Onze eerste geplande stop voor koffie is op hetzelfde terras als gisteren, bij de Isthmia brug. Het levert ons flinke vertraging op, want de brug gaat ‘open’ (wordt afgezonken) en blijft ruim een half uur gesloten. Het ene miljoenenjacht na het andere passeert. Opmerkelijk veel met als thuishaven Malta, een enkele Zwitser en een Brit.

Bij aankomst zijn we naar een beschaduwd tafeltje gesneld, daar er juist een bus werd gelost met Griekse ouderen. Op het terras zie ik een dame die me doet denken aan een vriendin van me. Fraai gekleed, onberispelijk opgemaakt, extravagante oorbellen en een grote strooien hoed. Zo iemand waarvoor je je nog eens omdraait en glimlacht om de prachtige uitstraling. Tot mijn verrassing haalt ze een cake uit haar handtas die ze met een zakmes in stukken hakt en uitdeelt aan haar vriendinnen.

Als de brug weer uit het water naar boven gekomen is, pakken we de fietsen maar net als we willen opstappen zegt Levia: ‘Horen jullie dat?’ De brug wordt alweer afgezonken. Dus we wachten.

De route gaat verder over een iets grotere weg dan we doorgaans fietsen. Eerst komen we door een lieflijk dorpje met een klein haventje. We stappen af om een foto te maken. Vanaf vissersboot ‘Dmitrios’ klinkt een kreet, voor ons bedoeld! Trots houdt een visser een grote vis in de lucht. Ik loop over de lange steiger naar zijn boot om een praatje te maken. Toevallig spreekt hij ook nog behoorlijk Engels. Hij is de vissen uit de netten aan het halen. Te kleine exemplaren zijn voor de meeuwen. De rest gaat naar het restaurant aan de overkant van de straat. De visser wil graag op de foto met zijn mooiste exemplaren. De vangst is voornamelijk kabeljauw maar toevallig heeft hij vandaag ook een schorpioenvis gevangen. Geen visserslatijn, wel trotse blikken van een hardwerkende, vriendelijke man.

We moeten dwars door een industriegebied, om precies te zijn, een gigantische olieraffinaderij. Wat een lucht, echt zoooooo smerig. Mijn maag denkt er het mijne van en ik ben bijna bang dat ik zometeen aan de voet van een oleander mijn ontbijt achter ga laten, maar ik doorsta het zonder brokken. Het moedigt wel aan tot heel hard fietsen.

Vandaag voel ik eindelijk mijn krachten terugkeren. Eigenlijk had ik niet door hoe erg het met me gesteld was, maar ik paar dagen last van een maag/darm-dingetje. Omdat ik echt never nooit zulke dingen heb, was ik er een beetje perplex van. En uitgerekend nu bleek de complete reisapotheek thuis achter te zijn gebleven. Heel ernstig was het beslist niet, maar vervelend wel. Ik had ook geen eetlust. Desondanks kon ik voor mijn gevoel nog prima fietsen. Maar nu voel ik hoeveel energie ik ineens weer terug heb. Dat maakt het leven van een fietser een stuk gemakkelijker.

Na het industriegebied volgt een beter stuk waarbij we pal langs de zee kunnen fietsen. Het is ongelooflijk dat je hier zoveel kilometer fraai strand hebt dat op enkele plekken na overal nagenoeg leeg is. We zien vaak oudere mensen in zee zwemmen in de ochtend, zo ook vandaag. Maar geen hele volksstammen, geen grote terrassen, geen disco’s en hamburgertenten. Gewoon kiezel, rotsen, water en vaak een enkele tamarinde of palmboom.

Na 25km fietsen (tja, het lijkt niks en viel vandaag ook wel erg mee) komt Kinéta in zicht en strijken we neer op Camping Glaros. Één wit stenen trapje af en we staan op het schattigste strandje aller tijden. Er lijken op de camping vooral ‘Dauercamper’ te staan zoals men dat in Duitsland mooi in 1 woord samenvat. Slechts 1 buitenlandse camper, wij en een camper die letterlijk formaat touringcar heeft. Hij kreeg het vehikel slechts met hulp van de campingbaas het terrein op gemanoeuvreerd.

Morgen zetten we koers richting het eiland Salamini, het ligt iets zuidelijker pal voor de kust. Eens zien of er nog wat historische resten te bespeuren vallen van de Slag bij Salamis.

Meer foto’s op onze Facebook pagina: fietsen langs oude stenen

Dinsdag 30 juli 2019

Van Paregiali naar Isthmia

Na een ruime week Griekenland zijn wij inclusief onze gehele uitrusting gezouten. Vooral deze camping en de storm van gisteren heeft daar veel aan bijgedragen. Ondanks wassen van kleren en douchen van onszelf, plakt alles en iedereen van het zeezout.

Zoals vanouds gaan we deze morgen ontbijten op de stoep van een supermarkt. We hebben niet genoeg voor een ontbijt en gisteravond op de terugweg hebben we een supermarkt gezien type en formaat Franse weiland-hypermarché. Dat scheelt flink veel geld, want Griekenland is erg duur in het levensonderhoud. Spullen in de minimarkets zijn duurder dan Nederland, hier is het vergelijkbaar. De securitymeneer van het bijbehorende winkelcentrum heeft in ieder geval een interessante ochtend met die Nederlandse familie waarvan de vader een kleine reparatie verricht aan een volgepakte tweewieler en moeder en kinderen blij naar buiten komen met een tas eten die ze op een bankje soldaat maken. We behalen hiermee een recordtijd qua laat vertrekken maar dat is gezien de zwaarte van de route niet zo erg.

Ik mopper dan wel op de viezigheid en het vele zwerfafval in Griekenland, zelfs langs de tamelijk grote weg richting Korinthe zijn prachtige bossages met oleanders. Ook van die prachtige dieprode die je in Nederland vrijwel nooit ziet. Hier zo hoog dat ze ons lekker schaduw bezorgen. Ondanks langs razende auto’s is het best fijn fietsen.

Het genot is van korte duur. Ome Google heeft bedacht dat we rechtsaf moeten om meer binnendoor te fietsen. Het weggetje gaat regelrecht naar de hemel dus nu hebben we een discussie; Merijn is de enige die dit wil. Hij biedt aan alle fietsen naar boven te duwen of fietsen, dus alle dames gaan akkoord. Eenmaal boven worden we opgewacht door een luidruchtig hondencircus. Yentl hangt meteen bijna in de struiken van de schrik. We proberen het een kilometer, spreken we af. Terug naar de weg kan altijd nog. Maar een kilometer later stuurt Google ons alweer naar beneden. Zo steil dat Yentl en ik afstappen.

We steken de grote weg nu over en rijden even later heerlijk langs het strand. Verwonderde blikken vanaf de terrassen waar we pal langs rijden. Merijn kondigt aan dat hij vandaag een recordaantal terrasjes wil bezoeken dus daar maken we maar meteen een start mee. Dit is het strand van Korinthe zelf en anders dan je bij zo’n grote stad zou verwachten heel rustig. Maar eerlijk gezegd hebben we nog nergens grote massa’s mensen aangetroffen. Terrassen en campings zijn doorgaans gevuld met slechts een handjevol mensen.

En dan fietsen we ineens Korinthe in. Slechts drie straten verwijderd van het strand begint een charmant netwerk van niet al te brede winkelstraten. Sleets marmer en kleine loofbomen sieren de straten. Als we linksaf slaan, komen we bij een grote fontein uit aan de haven.

Een historisch moment! We zien het eerste officiële fietspad in dit land. Het loopt mooi langs het water en eindigt enkele honderden meters verderop in een stoep.

Even later staan we aan het Kanaal van Korinthe bij de brug die de Golf van het Kanaal scheidt. Deze brug mag je rijdend op alles over, behalve op de fiets. Dat staat op een groot bord. Lopend met je fiets mag het wel. Het is een mooi moment voor de kinderen om even af te dalen langs de wanden van het kanaal, lekker over de rotsen tot ze met hun voeten in het water kunnen hangen. Afdrogen is niet nodig. Als je zo je sandalen weer aanschuift, is alles ook binnen no-time droog.

We passen de route aan om mooi langs het kanaal te kunnen fietsen. Zodoende rijden we 200m terug en nemen de gravelweg. Dat is niet zo rechttoe rechtaan als langs een Hollands kanaal. Het ziet er meer uit als de Australische outback. Rode aarde, grijzige struikjes, allerlei stekelplanten, dorre grassen, rotsen, keien en zand. (Ik zal zwijgen over het afval maar ter illustratie een foto…) En zoals altijd de bergen. Het is wel een leuke uitdaging en beslist een aanrader als je van mountainbiken houdt. Ik ben weer eens erg blij met mijn brede banden.

Een enkel huurautootje passeert ons, type Fiat Panda. Gezien de grove steenslag en enorme kuilen zou ik zoiets nooit aandurven uit angst voor krassen op de huurauto. Steevast stapt er een jong, tamelijk gepolijst stel uit dat zich kapot schrikt van de hitte na het airco ritje. En dan komen wij nog even langs als extra attractie, een vies plakkerige, zweterige familie op de fiets. Nadat ze hun van verbazing opengevallen mond weer dichtgeklapt hebben, trekt zij een selfiestick tevoorschijn waarmee eerst zij zelf uitgebreid poseert en dan met hem erbij. Het is leuk mensen kijken van onder een olijfboom, wachtend in de schaduw tot de rest van de familie zich door deze ruige route ploegt.

Het meeste is wel te fietsen maar een enkele keer moet ik toch plotseling afstappen omdat je plotseling in een soort zandbak kunt belanden. Één keer heb ik nogal wat vaart, begin ik ernstig te slingeren in heel fijn gesteente en steek ik mijn linkervoet uit om mezelf te redden. Mijn voet verdwijnt diep in het fijne spul en uiteindelijk kom ik tot stilstand. Mijn voet ziet zwart en ik ben meteen nogal gescrubd.

Aan de andere kant van het kanaal belanden we in onze eerste toeristenkermis bij de voorlaatste brug. Daar steek ik maar mijn voet onder de kraan in de toiletten om alle scherpe steentjes eraf te spoelen.

Vanaf daar is het maar een klein stukje naar de beroemde brug van Isthmia die ze laten afzinken als er schepen doorheen moeten. Juist als we aankomen is de brug verdwenen in het water.

Wat je je plotseling weer herinnert als je iets terugziet!! Bij deze laatste brug is een restaurantje met een speeltuin op azuurblauwe steen. Hier zijn we ooit met onze piepkleine Yentl en Levia gestopt en hebben ze fijn geschommeld!

Wat een heerlijk afwisselende dag. We maken talloze stops maar dat geeft niet. We leggen de ongelooflijke afstand van wel 25km af en daar doen we een aardig deel van de dag over. Onze route gaat vanaf hier richting Athene. Helaas kunnen we de grote belangrijke plekken zoals Delphi en Olympia niet bezoeken omdat het te zwaar fietsen is. Niet getreurd, er is nog veel meer moois te vinden.

We kamperen op camping Isthmia Beach.

Maandag 29 juli 2019

Ik zei het al eerder; in Griekenland is naar mijn beleving sinds ik hier voor het eerst kwam (zomer 1990) weinig veranderd. Het is nog steeds plastic-zakjes-land, overal liggen bergen afval in de berm, de campings zien er shabby uit (daar is ik niks mee want wel schoon, wel zijn ze tegenwoordig 3x zo duur) en het meest ongelooflijke zijn de afvalbakken die steevast uitpuilen waarbij de rest van de straat vergeven is van bergen afval, puin en viezigheid. Heel eerlijk? We zijn de laatste jaren niet op plekken geweest waar het zo vies was.

We hebben diverse aardige mensen ontmoet. Gisteravond op het terras van de camping tijdens het eten sprak een ouder echtpaar ons aan. Ze waren naar de UK gevlogen en zijn via Nederland, België, Frankrijk, Italië naar Griekenland gekomen. Ze rijden nu in een Frans huurautootje rond. Toen we hoorden dat ze van Tasmanië kwamen, gingen we natuurlijk spontaan juichen. Voor ons behoort TAS tot de mooiste plekken die we ooit hebben gezien. Het grappigste was dat ze allebei van Nederlandse afkomst zijn, maar dat waren ze na al die jaren een beetje verleerd, dus het gesprek flipperde tussen Nederlands en Engels heen en weer. Niemand die daar moeilijk over deed.

Gisteravond om 22u kwamen 3 jongedames de camping op gewandeld. Interrailers? Nu spreekt een van hen ons aan. De Zwitserse Astrid is opgetogen over het feit dat wij door Griekenland proberen te fietsen. De rest van het gezelschap ligt nog te bakken in hun tentje. Wat mensen betreft is deze camping een zeer gemoedelijk dorp waar men graag een praatje met elkaar maakt.

Ik heb M al gewaarschuwd; wind je maar niet op over het feit dat we vandaag onze tienerdames niet heel vroeg zullen zien. Het bezoek aan het oude Korinthe kan ook later op de dag. Ik krijg gelijk. Terwijl de dames slapen gaan wij op de tandem maar even boodschappen doen. We slaan goed in; brood, kaas (haha, Edammer in plakjes, in NL nog nóóit gekocht!), cruesli, yoghurt, melk, appels. We grappen over de overal dobberende bejaarden in zee en drinken water en koffie op een naar riool stinkend terras waar ze geen thee serveren.

Er steekt een flinke storm op. De schuimkoppen staan op de golven. Als je gewoon op het strandje zit, moet je iedere paar minuten je zonnebril ontdoen van een nieuwe laag aangekoekt zout. En warm is het absoluut niet. Toch spelen onze dames heerlijk in zee. Eindeloos genieten is dat, ze te zien zwemmen, duiken, samen allerlei capriolen te zien uithalen. Ondertussen lees ik weer lekker een boek uit. Op de camping zien we een tentje helemaal plat gaan door de storm. Die van ons redden het net zonder extra scheerlijnen.

Na de lunch is het vanmorgen gekochte pak cruesli alweer op. Zelfs Yentl eet er met smaak van. Het blijft dagje van rondhangen, lezen, de was doen, zwemmen, douchen. Het strand is niet meer echt aantrekkelijk, door de storm worden de ligbedden net niet meegenomen en de parasols staan met hun voet in het water.

Uiteindelijk staan we dan toch nog klaar om naar de historische site van het oude Korinthe te gaan. Het is inmiddels na zessen.

Als we boven zijn, loopt het zweet werkelijk in straaltjes van me af. We zijn door de straat met de meeste honden per vierkante kilometer gefietst waar Levia doodsangsten uitstaat. In tegenstelling tot de vele Thaise straathonden van vorig jaar (veelal doodsbang voor ons), zijn de Griekse viervoeters zonder uitzondering groot en hebben ze een navenant grote bek waar een hoop herrie uitkomt. Vaak zitten ze achter een hek of aan een ketting maar dat is niet altijd zichtbaar op afstand en onze dazer (hondenverjaagding door hoge piep) heeft vaak maar weinig effect op deze onstuimige exemplaren.

Het oude Korinthe verwelkomt ons nagenoeg zonder andere bezoekers in het prachtige avondlicht. Een uur hebben we tijd om er rond te kijken. Yentl vertelt me van alles over de tempel van Apollo en wat blijf ik haar enthousiasme toch leuk vinden. Levia is na een uur nog lang niet uitgekeken en kondigt aan dat ze eigenlijk ook nog het bijbehorende museum wil zien.

Op een terrasje met uitzicht op alle oude stenen eten we iets. Een heel fraai plekje. Daarna dalen we snel af en rijden door de inmiddels gevallen duisternis terug naar se camping.

Meer foto’s op onze Facebook pagina: fietsen langs oude stenen

Zondag 28 juli 2019

Van Mycene naar Korinthe

Vraag me niet hoe het kan, maar om 8 uur zitten we op de fiets! De jongedames zaten om half 8 al aan een tosti bij het barretje van de camping. 😳

Het was vannacht weer een teringherrie (sorry, maar dat is de beste omschrijving) en ik lag uren wakker. Lang leve de ereader!

Volgens de campingbaas zal de herrie nu tot 15 augustus, Maria Hemelvaart, stoppen. Om de een of andere reden worden de luidruchtige trouwfeesten even gestaakt. Ik hoop maar dat het waar is.

Zo lekker vroeg is het nog niet verzengend heet en dat maakt een beetje klimmen goed te doen. De eerste 11 kilometer gaat het omhoog, de weg wordt geflankeerd door citrusbomen, olijven en talloze wilde komkommerplanten.

Het voormalige station van Nemea is verlaten. De spoorlijn is al jaren in onbruik. Dit is tevens het hoogste punt van onze route vandaag. Het is ongelooflijk, maar hierna geeft De Geniale App aan dat we alleen nog maar zullen afdalen.

Voor ons ontvouwt zich een intiemer landschap met veel wijnbouw. Het is een stuk ruiger dan daar, maar op sommige plekken doet het eventjes denken aan de Provence. Geen citrusboom meer te bekennen, alleen maar eindeloos veel akkertjes vol druiven. Wat ik nog nooit gezien heb is dat de druiven worden bedekt door lange stukken plastic. Ik heb geen idee waar dat goed voor is.

De lucht is zoet, dat herkennen Yentl en ik na een tijdje als druiven. Thuis, op ons door een wingerd overgroeide terras, ruik je het ook weleens zo tegen het eind van augustus. Mierzoet. Het luchtje dat elders hing was ook zoet maar anders, de geur van citrusbomen vermengd met wilde kruiden.

Dankzij ome Google rijden we niet over de grotere B-weg richting Korinthe maar een mooie weg tussen de bergen door. Iedere paar honderd meter wisselt het wegdek, vele variaties van spiegelglad asfalt tot zand met kiezel. Met hier en daar nog een klein, afzienbaar klimmetje, gaat de weg inderdaad vooral omlaag.

Na 29 kilometer kan ik de zee zien en nog eens 2 kilometer later kun je de zeewind ook voelen. Net iets verkoelender dan de gebruikelijke (tegen)wind die er altijd is.

Vlak voor we onze overnachtingsplek zullen bereiken, doen we nog wat inkopen en drinken we iets op een terras. ‘Zo’, zeg ik, ‘niet slecht op 1 kopje thee toch?’ Want dat is, op wat water na, waarop ik inmiddels ruim 34km in de benen heb. Ik voelde me niet helemaal oké vanmorgen, niet ziek of zo, maar ik durfde even niets te eten, had ook geen trek. Desondanks gaat het fietsen prima. Dus het zal wel overwaaien lijkt me.

De laatste paar kilometers fietsen we bijna helemaal parallel aan zee. In Perigiali, een voorstadje van Korinthe, gaan we naar camping Blue Dolphin. Zo’n oer-Griekse camping met veel schaduwnetten en een keuken waar je kunt koken. Dat is wel ideaal hier; alle campings zijn uitgerust met koelkasten en vriezers. Wij nemen dus iedere dag onze flessen water lekker bevroren mee.

Net als veel andere campings is het hier zowat uitgestorven. Navraag leert ons dat Griekenland het dit jaar aflegt tegen Turkije dat ineens (nog) heel veel goedkoper is geworden, waardoor mensen liever daar naartoe gaan. Gezinnen met kinderen blijven hier dus veelal weg. Op deze camping staan enkele campers en een paar tentjes. Wij stallen ons huishouden uit onder de bamboe schaduwdaken, geflankeerd door ranke oleanders, een olijfboom en een tamarinde op ons ‘erf’ voor. De fietsen parkeren we nogal asociaal ver van onze tenten, zodat de rest van ons veldje leeg blijft. Zo kunnen we morgenochtend echt eens wakker worden met uitzicht op zee. De enkele kampeerder die later binnenkomt, heeft nog ruimte zat op andere plekken.

Zo’n 30 meter van onze tentjes begint een bescheiden kiezelstrandje. De camping heeft er gratis ligbedden en rieten parasols neergezet. Daar kun je dus heerlijk toeven onder de hoge tamarindes die vanaf de camping tot over het strand reiken.

Als ik rustig zit te lezen, komt een ouder echtpaar het strandje op. Zij gekleed in een ouderwets badpak met pijpjes en een hoed op. Hand in hand gaan ze de zee in, zo schattig om te zien, maar niet netjes om een foto te maken natuurlijk.

De nabijgelegen ‘oude stenen’ laten we zitten voor vandaag. Eens kijken of we morgen hier blijven en ze gaan bekijken of onze fietstocht meteen vervolgen.

Zaterdag 27 juli 2019

Mycene

Zaterdag 27 juli 2019

Mycene

Voor de tweede nacht op rij: herrie. Al waren we deze keer wel gewaarschuwd door de campingeigenaar dat er in de buurt een bruiloft zou zijn. De muzak is iets beter dan het gestamp en gekrijs van afgelopen nacht, maar maakte mij wel telkens weer wakker. Om 6u00 ben ik echt klaarwakker. Het is net aan licht en ik sluip naar de wc.

Mooi vroeg wakker om op tijd naar de resten van het oude Mycene te kunnen fietsen. Alleen is onze 13yro weer eens met geen mogelijkheden wakker, laat staan uit haar tent, te krijgen. Morgen gaat er een kopje water overheen heb ik besloten…

Met z’n drietjes zitten we al geruime tijd op een tafeltje aan het terras als Levia eindelijk aankomt. Yentl heeft van de campingbaas een reader gekregen die een of ander gymnasium uit Delft hier heeft laten slingeren. Daar heeft ze nog meer interessante feitjes uit opgediept voor de excursie van vandaag.

Vanaf camping Atreus is het slechts 2,5km naar de ‘site’. Wel met uitsluitend klimmen, maar dat blijk ik zonder zware bepakking dus zonder probleem te kunnen.

Eerste stop is de Tombe van Atreus, ook wel bekend als de tombe van Agamemnon, maar Yentl legt uit dat het met geen van beiden waarschijnlijk iets te maken heeft. Hoe dan ook, het is een bijzonder ding. De vorm van een soort bovenmaatse mierenhoop, boven de ingang is een driehoekig iets. Yentl legt uit dat er drie fases te onderscheiden zijn. In de eerste fase zijn er in de driehoek amper versieringen te zien. De laatste fase heeft rijke versieringen en wat we hier zien zit er tussenin.

Hierna is het nog 400m fietsen tot de akropolis van Mycene. Het is niet heel gigantisch maar toch voldoende om een paar uur zoet te brengen, in de brandende zon maar dat is niet zo erg zolang je niet fietst. Ik ben erg onder de indruk van wat ik allemaal zie, maar meer nog van Yentl haar schat aan kennis hierover. Van bovenaf kun je ook heel ver kijken. Je kunt Nafplion en dus ook de zee zien.

We laten ons van de bergen naar beneden rollen, maken een pittstop op een terrasje en gaan heerlijk afkoelen in het zwembad van de camping.

Morgen wordt er weer gefietst. We hebben inmiddels onze voorgenomen route in de vuilnisbak moeten gooien. Het is geen doen. We fietsen te traag, vertrekken te laat (dat heeft veel met elkaar te maken) en zodoende zijn we dus al de hele dag bezig om een nieuw plan te bedenken. Behalve dat het fietsen erg zwaar is, blijken er ook allerlei ferrydiensten te zijn opgegeven.

Waarschijnlijk fietsen we morgen naar Korinthe. Daar willen we eens uitzoeken of je in Griekenland je fiets mag meenemen in de bus. In sommige landen doet niemand daar moeilijk over en het zou ons veel meer mogelijkheden geven.

Vrijdag 26 juli 2019

Op weg naar Mycene

Talloze malen wakker door non-stop discoherrie tot vroeg in de ochtend! Verschrikkelijk! Bij het betalen van de camping doe ik mijn beklag. De dame van de camping zegt dat ze de politie al gebeld heeft, maar dat het telkens niet helpt.

We ruimen weer op als een zeer gesmeerd team. Merijn propt matjes in hoesjes, vouwt tenten op, ik stop alle spullen op de juiste plekken weg. Daarna smeer ik boterhammen, we eten en kunnen vertrekken.

Voor we gaan lees ik nog even via whatsapp berichtjes van ‘de zaagclub’, mijn lieve, trouwe maatjes bij de 1e violen van ons orkest. Enkele van hen gaan vandaag spelen op de begrafenis van Henriette, die vorige week gestorven is. Veel te jong.

Ik tel mijn zegeningen. Ik kan wel klagen over steile bergen of de hitte of wat dan ook, maar ik héb een leven. Elke dag zie ik de mooie dingen ervan. Ik kan me als een peuter verwonderen over de kleine, mooie dingen die ik zie. Zo’n fijn leven is niet vanzelfsprekend, dat besef ik telkens weer.

We rijden een stuk terug over de weg die we gisteren ook aflegden vanaf de rotonde vlak voor Nafplion. Het paard dat we gisteren passeerden staat er nog, zich door de enorm berg fruit heen etend. Er liggen zelfs watermeloenen bij. Hoe werkt zo’n paard dat weg? Erop stampen en dan aan de brokstukken knagen?

Zoals ik gisteren al merkte, hebben we nu het stuk vals plat tegen, maar het valt alleszins mee. We slaan af naar Nafplion. Volgens Merijn zijn we hier in september 2006 geweest met de kinderen maar ik kan me er niets van herinneren. Er hing vast een baby aan mijn borst die me afleidde of zo. Nafplion is prachtig. Mooie straten, aantrekkelijke terrassen waar we gretig gebruik van maken. Van verre zie je al de resten van een oude vesting boven op de berg, gebouwd tijdens het Venetiaanse tijdperk, ergens tussen 1711 en 1715. En ook in de haven is een oude vesting te zien.

Yentl bestelt een pannenkoek met ‘Griekse scrambled eggs’ en Levia een pannenkoek met fruit. Yentl krijgt een enorm ding met daarop een berg van feta, Griekse worst en tomaat. Ze werkt zich er met plezier grotendeels doorheen. Ook Levia haar bestelling is niet mis. De ober komt dan ook extra bestek brengen voor het geval wij te hulp moeten schieten, wat Merijn dan ook graag doet.

Het is vanaf hier nog ongeveer 20km naar Mycene (Mykines). Dankzij Google weten we leuke kleine weggetjes te vinden door eindeloze landerijen met citrusvruchten, afgewisseld door af en toe wat olijfboompjes.

Het valt me op dat overal wilde komkommerplanten groeien en melganzenvoet. Ik dacht altijd dat komkommerachtigen veel water nodig hadden. Misschien liften ze mee op de bewatering van de boomgaarden? Melganzenvoet ken ik wel en wie eigenlijk niet? Iedereen ziet het voor onkruid aan, maar het is een plant die verwant is aan amarant. Volgens Michael Pollan in zijn boek ‘Een pleidooi voor echt eten’ is het een van de gezondste planten om te eten. Zowel blad als vruchtjes (die zijn er inderdaad uit als amarant/quinoa) zijn eetbaar. Ik heb zo’n vermoeden dat de Grieken deze blaadjes ook eten als chorta, de wilde eetbare blaadjes waarover ik eerder deze week al schreef.

Het is werkelijk afzien op weg naar Mycene. Geheel vals plat en met flinke tegenwind. De kilometerteller komt nooit boven de 13km per uur uit. Tel daarbij op dat ik degene ben die vandaag niet zo heel goed gegeten heeft (wel genoeg water op)… niet handig. Het ís ook altijd lastig. Als ik net iets teveel eet, voelt dat tijdens het fietsen heel onaangenaam in mijn maag. Te weinig is ook niet slim.

Uiteindelijk bereiken we Mycene en we gaan naar de camping met zwembad (keuze uit twee). Het is er heerlijk stoffig en een beetje onderkomen, zoals Griekse campings wel vaker zijn. Het zwembad ligt er echter aanlokkelijk bij.

Merijn zet de tenten op terwijl ik mag uitrusten en schrijven. De meiden rollen de loungeset uit, die ze ‘vastzetten’ met grote stenen. Het waait zo hard dat Merijn bijna opstijgt met een van de tenten maar Levia redt hem.

Morgen blijven we hier om op ons gemakje wat oude stenen te kunnen bekijken. Yentl en Levia hebben zich al aangeboden als gids. Het is grappig om te zien hoezeer met name Yentl gék is op al die Griekse oudheid. Onderweg zijn we ook de Akropolis van Tiryns gepasseerd. We kwamen van de verkeerde kant en gingen op zoek naar de ingang, wat ons over een onooglijk paadje leidde, uitkomend bij een roestig hek. Maar die stralende snoet van onze oudste daarbij, dan weet je waarvoor je al die stoffige, warme kilometers trapt.

Meer foto’s zien? Bezoek op Facebook: fietsen langs oude stenen

Donderdag 25 juli 2019

Fijn fietsen van Epidavros naar Drepano

De krekels slapen zo te horen nog als ik wakker word, dus ik vrees dat ik veel te kort geslapen heb. Het valt mee, 6u15. Maar zelfs om 7u zijn ze nog stil, terwijl ze gistermorgen om 6u allemaal tegelijk ‘aan’ gingen. Merkwaardig om hun alles overstemmende gekrakeel eens niet te horen.

Ons kampement opruimen gaat snel en voorspoedig al is het uit bed weten te krijgen van een van de tienerdames een andere zaak. Iets later dan gepland vertrekken we. We rijden via de haven van Epidavros om daar nog even iets te eten te halen. Het zorgt ervoor dat we eigenlijk veel te laat op de fiets zitten, maar het is niet anders.

Even over half 10 beginnen we aan de eerste klimmetjes Epidavros uit. Het is warm maar gek genoeg wel te doen. We concluderen dat we dit prima kunnen zolang de hellingen onder de 12% blijven.

Het is ook weer zo mooi. Wat een weelde, die Griekse natuur. De keren dat ik hier eerder was, was dat meestal met het OV en een keertje met een huurautootje. Op de fiets zie je heel andere dingen. Vanuit een vierwielig voertuig zie je voornamelijk de droogte. Op de fiets ruik je de kruiden en cipressen zoveel beter. Soms een vleugje kamperfoelie. De planten zijn hier dapper. Vaak zie je aan de rand van de weg dat in de haarscheurtjes van het asfalt een agave ontkiemd is. Een klein trots plantje in de lompste bloempot die er bestaat. Ook zie ik telkens paarse bloemetjes aan een plant die wel wat weghelft van salie. Het blijkt zilverbladige nachtschade te zijn.

We zijn op weg richting Nafplion en rijden een flink stuk over de oude weg. Qua klimmen maakt het weinig uit maar deze weg ligt lieflijker en er het vrachtverkeer gaat grotendeels over de nieuwe weg, zodat wij er geen last van hebben.

Even voor Arkadikó zien we een bordje verwijzen naar een Myceense brug. We stappen van de fiets en volgen lopend het pad. Ergens in het landschap zijn wat gestapelde stenen nog net te zien. Onherkenbaar als brug. Toch leuk dat we even zijn gaan kijken.

Het is de eerste van een hele serie Myceense overblijfselen zoals een graftombe en nog een andere brug. Die laatste is wél duidelijk zichtbaar en goed bewaard gebleven. Heel bijzonder. Levia durft er eerst niet onderdoor te lopen maar Yentl haar nuchterheid helpt haar: ‘Ach, het staat hier al twee- of drieduizend jaar dus het stort vast niet zomaar in’.

Het klimmen is na 17 kilometer gelukkig gedaan. Merijns geniale app geeft aan dat onze route nu vooral nog naar beneden gaat en dat klopt wel. Heerlijk fietsen zo. Vlak voor Nafplion slaan we op een grote rotonde linksaf en vervolgen onze weg richting Drepano.

Een saaie maar valsplatte weg (voor ons nu voornamelijk naar beneden) brengt ons in Drepano. We doen nog even wat inkopen en de dames nemen als ‘lunch’ een ijsje. Je hebt hier diepvriezers die eruit zien als een koelkast en waarin kleine ijsjes onverpakt naar je staren. Ze zien er chique en heerlijk uit. Als je zo’n ijsje wilt, komt de winkeljuffrouw met een handschoen de gewenste ijsjes voor je in een papieren zakje stoppen, waarna ze gewogen worden. Ze zijn heel erg lekker, dus dit is vast niet de laatste keer dat ze zich hier aan wagen.

Het laatste stukje is het een klein beetje klimmen tot ongenoegen van Levia, maar we zien de camping al liggen. Echt een fantastische plek In een langgerekte baai aan het strand. De camping heeft diverse terrassen en is ingericht als een soort parkeergarage met schaduwnetten. Ideaal dus.

Gauw de tentjes opzetten en de loungeset uitvouwen zodat we kunnen lunchen met uitzicht op zee. De rest van de middag brengen we door in zee dobberend, boeken lezend en slapend.

We besluiten de dag op het terras van de camping met prachtig uitzicht op de ondergaande zon in de baai. Het is er wel vergeven van de wespen, die gelukkig rond 21u ineens vertrekken. Kennelijk gaan wespen op tijd naar bed.

Qua fietsen was het een perfecte dag die ons veel moed geeft voor de komende dagen. Ik dank de Griekse weergoden ook speciaal voor de vele wolken vandaag.

Aantal km: 48

Aantal dode katten onderweg: 2

Aantal dode vogels: 1 reiger

Aantal Myceense resten: 5

Aantal verbruikte liters water: 4,5

Woensdag 24 juli 2019

De gezonken stad en wederom aardige Grieken

Het valt me op hoeveel mensen hier roken. In Nederland lijkt roken not done meer, iets uit een vroeger tijdperk. Maar hier zit je overal weer als vanouds in de tabakswalm. Bij het ontwaken ruik ik het al; de Griekse achterburen die net uit bed gerold zijn, ontbijten met een stevige portie nicotine (voor de televisie). Op ieder terras waar je neerstrijkt: sigarettenrook. Eigenlijk bijzonder hoe snel en enorm dat in Nederland lijkt te zijn afgenomen. Ik zeg bewust ‘lijkt’, want misschien is dat alleen maar mijn beeld.

De dames slapen uit, wat ongelooflijk is gezien het feit dat hun tent zeer snel moet opwarmen. Ze staan net in het zonnetje en hun tent is donker groen. We hebben al besloten hier te blijven. Dagje fietsen, dagje rust is prima als uitgangspunt voor deze vakantie.

Wie vorig jaar dacht dat we gek waren om in de tropen te gaan fietsen, kan ik nu al vertellen dat dat echt simpeler was. Ja, ook heet, maar de route die wij reden was veel vlakker, op een enkele bergachtige etappe na. Bovendien was er veel meer beschutting en was het veelal bewolkt.

Ik ben dan ook blij met die paar wolken die rond 9u de hele sfeer een stuk beter maken. Wie mij kent weet: 30 graden maar bewolking is mijn favoriete weertje. Nooit zorgen om wat je aan moet, een flutjurkje is voldoende. Helaas verdwijnen de wolken hier net zo snel als een zelfgebakken rabarbertaart in mijn kinderen.

Terwijl de kinderen pogingen doen tot wakker worden, rijden Merijn en ik naar Epidavros om waterschoentjes voor ze te kopen. Als je hier de zee in gaat kun je bijna niet zonder. Ik houd dan ook steevast mijn Teva’s aan die ik speciaal hierom heb meegenomen. Dat zijn tevens de meest ideale fietsschoenen in de zomer: lekker stijve zool maar verder heel luchtig.

Op een terras vol rokende opaatjes drinken we wat, lekker in de schaduw van de bomen. Ja, zo ziet het leven er heel anders uit dan wanneer je puffend een helling van 14% procent op probeert te fietsen in de brandende zon. Merijn heeft natuurlijk weer eens iets gevonden waarop de stijgingspercentages van de gereden route zichtbaar worden. Ik overdreef niet met wat ik gisteren schreef.

Het heftige klimmen maakte me ook een beetje bang. Bang om op te moeten geven, terwijl ik de kinderen steeds voorhoud dat als ze het niet trekken of afschuwelijk vinden, we desnoods 2 weken op een leuk campinkje aan zee gaan staan. Maar ik en opgeven, no way. We hebben al nagedacht over hoe we het onszelf iets gemakkelijker kunnen maken qua route. We hebben ook bedacht dat het helemaal niet raar is dat je moeite hebt met zoveel klimwerk op pas de tweede echte fietsdag. Dus, alles komt goed.

Vandaag zie ik het weer helemaal zitten en ik besef dat het ritje heen en weer naar Epidavros (6km) echt fietsen is zoals ik het leuk vindt. De wind door je haren, een mooi klein weggetje omzoomd door talloze vlinderstruiken, vijgen, olijven, uitgebloeide brem en ergens een piepklein stalletje waar we wat tomaten kopen van een mevrouw die het onbegrijpelijk vindt dat Merijn zo groot is dat hij met z’n kop tegen de rand van het stalletje loopt.

In de middag maken we een wandeling langs het strand tot we aankomen bij ‘de gezonken stad’, een oud stukje van Epidavros dat een meter lager lag en in zee is verdwenen. Aangezien ik mijn kop niet vrijwillig onder water steek, vermaak ik me weer eens lezend (boek nummer 3 deze vakantie) maar van de rest hoor ik dat het echt mooi en indrukwekkend is.

We gaan eten in het dorp. Deze keer niet pal aan de haven met de extreem toeristische tenten. We gaan eten bij een meneer die toen we het dorp binnenreden riep: ‘I like your bicycles!’ Meteen bonuspunten verdiend en het terras zag er leuk uit. Nou, hij verdient ook absoluut bonuspunten voor het eten. We zitten een beetje te dubben en hij helpt ons door te zeggen: “Zal ik gewoon wat lekkere vegetarische dingen laten komen?” Dus wij sommen op wat ons lekker lijkt van de kaart en we wachten af. Er komt een choriatiki (boerensalade), een schaal gevulde aubergines, zaziki, gevulde tomaten en górta. Verrukkelijk simpel dat laatste; bereid met slechts olie en citroen. De vertelde briam is niet gekomen. Pardon… nog niet gekomen, want zodra er 1 schaaltje leeg dreigt te raken, verschijnen er nog twee gerechten, dolmadakia en Briam. Wie weleens in Nederland gevulde wijnbladeren (dolmadakia) gegeten heeft, heeft hier een beeld bij. Maar dit… zo anders. Ze zijn warm en geserveerd met een romige citroensaus met dille. Verrukkelijk! Net als de rest van het eten trouwens. We rekenen 2€ meer af dan gisteren maar het was 10x lekkerder. En alsof dat nog niet alles is komt onze fietsfan af en toe kletsen en…. nodigt ons uit om te komen logeren op zijn boerderij vlakbij Kalamata. Hij begint daar in het begin al over, maar het is serieus. We krijgen een briefje met zijn mailadres en telefoonnummers. Reuze aardig. We hebben ook ontzettend leuk met hem gepraat en hebben duidelijk met een zeer intelligent en bereisd iemand te maken. We mogen niet weg voordat hij ons nog een flessenkoeltasje cadeau heeft gedaan. Dat hebben wij weer hoor…

Terug op de camping ga ik even vragen of de camping het hele jaar open is. Want, wij hebben een plannetje…. we willen Merijns ouders graag een weekje meenemen naar de Peleponnesos zodat ze langs plekken kunnen gaan waar ze zoveel plezier hebben gehad vroeger. Merijn is bang dat ze het met z’n tweetjes niet meer zullen doen en wij vinden dat wel leuk met z’n zessen. (Het antwoord op deze suggestie is ook onmiddellijk ‘ja’ van hun kant.)

Maar terug naar mijn vraag of de camping dan nog open is in oktober…. een antwoord krijg ik wel maar ook zegt de man bij de receptie dat het verhaal dat Merijn hier is inmiddels de hele familie door is gegaan. Hij zelf is de zoon van Theodor, één van de vier broers die deze camping beheerden vroeger. Theodor en Kostas zijn nog in leven. Kostas herinnert zich de Nederlandse familie met een rubber motorboot met wie hij ging duiken maar al te goed! Ze kwamen hier diverse malen evenals een Poolse arts.

Als ik het mijn schoonmoeder app krijg ik prompt terug: “De Poolse arts in zwembroek die Jo zijn neus naaide ….

Wij zijn daar echt ieder jaar dat we naar Greece gingen een weekje geweest…”

(Het verhaal van de neus is iets met een waterski ongelukje waarna er een neus gehecht moest worden. Bij gebrek aan verdoving kreeg mijn schoonvader eerst flink wat borrels.)

De man bij de receptie die zelf ook Kostas heet net als zijn oom, vertelt dat hij het zich vaag herinnert, maar hij was toen ook een tiener, net als Merijn destijds. Hij vindt het zo bijzonder dat hij tot slot een fles zelfgemaakte wijn tevoorschijn trekt en aan ons cadeau doet.

Zo. Verschrikkelijk. Aardig!!!!!

Daar staan we dan.. morgen fietsen we weer verder en zitten we met zo’n fles. Gelukkig lusten onze buren (die toevallig 5km bij ons vandaan blijken te wonen in NL) ook wel een glaasje.

Een bijzondere avond!

Dinsdag 23 juli 2019

Van Kalloni naar Epidavros

Slingerend tussen de sinaasappels en olijven door keren we terug naar de hoofdstraat van Kalloni waar we na een bezoek aan de bakker vertrekken richting Epidavros.

Aanvankelijk lijkt het klimmen wel te doen. Amper 36 uur nadat Yentl hier huilend tegen de vangrail zat, zie ik haar omhoog fietsen zonder stoppen. Het punt is dat het klimmen maar doorgaat en doorgaat. Het ene bordje 10% helling na het andere verschijnt.

Als je zo druk bent met jezelf een berg op fietsen, krijg je soms vreemde gedachten. Zo kan ik helemaal opgaan in welke plek op de weg het beste is om te fietsen. Je hebt de rand van de weg, die is hier heel eng, want het asfalt is nieuw en 20cm dik. Aan de rand donder je er zo af. Bij heftige klimmetjes wiebel je soms zo met de voorkant van je fiets dat me dat enkele malen bijna gebeurt. Dan is er natuurlijk het verkeer dat langskomt dus je wilt toch zo veel mogelijk aan de kant fietsen. Er is een dikke witte streep, erop rijden is raar, dus pal ernaast en netjes het lijntje volgen. Waarom zou ik niet weten. Iets neurotisch? Dan kom je problemen tegen zoals gaten, stenen, dooie beesten en wat Dies meer zij, waardoor je even afwijkt van je vierkante millimeter. Lekker onzinnig allemaal, maar het heeft vast een functie en het is ook behoorlijk zen. Bovendien gaan er weer wat meters voorbij als je je concentreert puur op de techniek van het fietsen zelf. Ineens merk je dat je bijna boven bent. O nee, die klim gaat na de bocht toch stiekem verder.

Je vraagt je af waar je in vredesnaam mee bezig bent om in de bloedhitte zoiets te ondernemen. ‘Is dit vakantie?!’ roept de 13-jarige vlak achter je, ter bevestiging dat je niet de enige bent met zulke gedachten. Iedereen klaagt over het water. Water zat, maar het is allemaal warm geworden. Door 1 fles heb ik anderhalve tablet magnesiumdinges gegooid met citroensmaak. Die lust niemand meer na lichte opwarming.

Eindelijk eindelijk eindelijk komen we dan op het punt dat ik van verre al zag. Epidavros zien we al een hele tijd beneden liggen. Maar wat ook te zien was is hoe de weg verder omhoog de hemel in ging. Van verre zagen we de vrachtwagens rijden. Maar hier is dan het punt dat we rechtsaf mogen, een onooglijk weggetje in maar het goede nieuws is dat het naar beneden gaat.

En hoe! Theoretisch gezien kunnen we nu binnen enkele minuten op de camping beneden zijn, maar alleen als je overmoedig of eigenlijk gewoon gestoord bent. Hier gaat het niet 10% omlaag maar gewoon zó veel dat ik op een gegeven moment bijna niet meer in het zadel durf te blijven zitten. Dus we remmen ons een ongeluk. Net als mijn handen het totaal opgeven, wat doet dat knijpen zeer, is de weg waar we rechtsaf mogen. De laatste twee kilometer, ja, dat is fietsen zoals ik het een plezier vind.

We arriveren op camping Bekas. De camping waar Merijn in zijn jeugd al veel geweest is. Bij de receptie hangen oude foto’s en Merijn herkent prompt mensen. Is dat Kostas? vraagt hij in keurig Grieks aan het meisje achter het bureau. En ja hoor. Hij vertelt dat zijn vader ooit is wezen duiken met Kostas. Op zijn vraag of Kostas nog leeft is het antwoord bevestigend, maar helaas is Kostas wel ziek.

Nu we lekker vroeg gearriveerd zijn (11u15) kunnen we de rest van de middag lummelen. Lekker in zee dobberen, lezen. Ik was ook meteen mijn vieze fietskloffie. Alles is hier binnen een uur droog.

Basic kamperen, dus zonder de luxe van bijvoorbeeld stoeltjes, blijkt voor ons best een opgave. Hier merken we dat we geen 20 meer zijn. Merijn moppert een beetje op me: ‘Ik had het nog gezegd…’ maar ik was eigenwijs. Hoezo moesten we stoeltjes? Wat een gesleep en gedoe. Kom op, gewoon zoals vroeger. Ai!

‘s Avonds fietsen we naar het dorpje, zo’n 2 kilometer van de camping. Als we eten op een terras komt een een kudde motorbootjes aan. Allemaal van die opblaasbootjes gevuld met mensen die aan her flottielje zeilen zijn. Die bootjes zijn alleen niet echt goed opgeblazen, wat eruit ziet alsof er zometeen wat mensen gaan zinken of zwemmen. Maar alles gaat goed.

Eens zien of we morgen doorfietsen of nog een nachtje hier blijven. Blijven lijkt ons saai, alleen Levia voelt er wel iets voor, maar misschien kan het geen kwaad ons lijf wat rust te geven na de idiote etappe van vandaag. We zijn echt wel wat gewend, maar dit was behoorlijk afzien.

Maandag 22 juli 2019

Een dagje Kalloni

Zaterdag in het vliegtuig bedacht ik me dat het al de 3e keer is dat we met de kinderen zouden landen in Athene. We namen ze toen ze -net 1 en net 3 waren- voor twee weken mee naar hier, huurden een autootje en reden de Peleponnesos rond, sliepen in een vierpersoons tent en hadden het heerlijk. Levia zette haar eerste stapjes op de camping in Gythion, juist toen ik een bakje yoghurt kocht in het winkeltje. In Kalamata leek de camping totaal verlaten en sliepen we uiteindelijk in een stoffig stadshotelletje. Driejarige Yentl bleef nog lang napraten over Epidavros. Het stadje en de camping maakten indruk, hoewel geen van beiden spectaculair zijn. Bij het theater maakten we toen een korte stop, maar dat was ze prompt weer vergeten.

Het is nu juist het theater dat haar trekt en ze heeft dan ook uitgezocht dat we op 9 augustus terug moeten zijn in Epidavros om daar een voorstelling bij te wonen. We zullen zien of dat lukt qua route. In Epidavros plukten we destijds ook de rijpe granaatappels zo van de boom. Ze hangen hier net buiten ons logement nu nog groen aan de takken. Eenmaal thuis herkenden de kinderen granaatappels op de Eindhovense markt als ware delicatesse. Met hun kleine vingertjes pulkten ze graag ieder een halve granaatappel leeg. Daarna moest een van ons ze steevast in bad stoppen terwijl de ander de keuken en tafel moest dweilen.

Het is voor mij denk ik de 5e of 6e keer dat ik in Griekenland ben, maar als we met z’n tweetjes koffie drinken op een terras, realiseer ik me dat Griekenland in al die jaren geen spat veranderd lijkt te zijn. Mensen rijden af en aan op brommertjes, mannen vaak in hun blote bast. Soms stopt er iemand in een auto zomaar midden op de weg om naar een cafébaas aan de overkant van de weg te toeteren, zwaaien en dan weer te vertrekken na over en weer toegeroepen vriendschappelijkheden. Oude vrouwtjes sloffen rond in het zwart met een kruisje om hun nek of in een bloemetjesjurk met schort. Kinderen in te grote schoenen, wat je ook in Azië veel ziet. Allemaal dingen die ik ook bijna 30 jaar terug al zag en zo zijn gebleven.

We zijn zo vroeg naar dit terras gegaan om de rekening van het eten van gisteravond te vereffenen. Toen we wilden betalen bleek de pinautomaat het niet te doen. Meneer de uitbater gaf ons het bonnetje dat 12€ vermeldde en zei: “Tomorrow, my friend”. Vandaag doet de pinautomaat het nog steeds niet, zijn wij cash nog steeds blut maar gelukkig blijkt Levia over een goedgevulde portemonnee te beschikken. Aan de tafel naast de kassa zit een mevrouw groene blaadjes van hun steeltjes te plukken. Ze komen me vaag bekend voor maar ik kan het niet thuisbrengen. Ik weet alleen dat ik dit tafereeltje vaker heb gezien hier in Griekenland. Ze vertelt dat het ‘górta’ heet. Ik zoek het op en górta betekent niets meer dan in het wild geplukte, eetbare blaadjes. Vandaag de dag neemt helaas het aantal mensen dat weet wat eetbaar is en wat niet wel af.

Onze kamer in het ‘beach resort’ is heel ruim en uitgerust met een keuken. Dat is meer een kast met een kookplaatje en gootsteen erin en ontmoedigt je onmiddellijk als je koken zelfs maar zou overwegen op vakantie. Maar ontbijtbordjes zijn handig en met een vers Grieks brood en vage Griekse zoetigheden beginnen we de dag met de meiden. Ze hebben allebei uitgeslapen. Levia ‘slechts’ tot 10 uur, maar voor Yentl is dat een soort wonder. Zij gaat altijd laat naar bed en is vroeg wakker. Het geeft aan dat ze nog niet helemaal fit is en we aarzelen dan ook niet om hier gewoon een rustdag te nemen.

De zee is nabij en we vermaken ons een tweetal uurtjes in een kleine baai aan het einde van de boulevard. Dat laatste moet men met vat zout nemen, een asfaltweggetje langs de oever is alles. Er is geen strandtent, geen cafeetje, helemaal niks.

We gaan allemaal het water in dat heerlijk van temperatuur is. Lauw, dus wel verkoelend maar niet te. Yentl is in haar element. Ze is een enorme waterrat en als je haar loslaat in de buurt van water, brengen ze het grootste deel van de tijd door met haar hoofd onder het wateroppervlak. ‘Er zijn veel mooie visjes’, vertelt ze me dan ook. Ze zwiert door het water alsof ze geen meisje maar een soort elegante vis is. Heerlijk dus.

Ik ga al na een half uurtje het water uit maar vermaak me prima onder een boom met een boek. Lang leve de ereader! We hebben heerlijke zandkoekjes met citroenvulling ertussen mee. De kleine baai wordt steeds drukker. Regelmatig komen er jongetjes en grotere jongens op een soort crossfietsje aan, parkeren hun vehikel tegen een boom, begroeten mij, bewonderen de tandem en gaan te water. Maar niet alleen jongeren, ook oudere mensen, sommige gewoon mer hun hoed of pet op, zoeken hier de verkoeling in het water. Dit is gewoon het plaatselijke zwembad en -naast de 3 cafeetjes die het dorp telt- een fijne ontmoetingsplek voor de dorpelingen.

De meneer van Dimitra Food waar we gisteravond en vanmorgen waren, heeft goed opgelet toen ik vanmorgen zei: ‘See you later!’ Zodra we na een middag lummelen, lezen, zwemmen op zijn terras verschijnen, komt hij vertellen: ‘I have green beans for you today’. We zeggen dat ons dat wel lekker lijkt en hij verdwijnt, zonder ook maar te vragen of en zo ja hoeveel we willen. Even vragen we ons af of hij nu zomaar wat borden vol schept of??? Maar hij keert snel terug en we worden meegenomen naar de keuken. Naast een stoofschotel met bonen zijn er courgettekoekjes. ‘No meat’, zegt hij. We bestellen courgettekoekjes, de bonen, een choriatiki en frietjes en het is allemaal heerlijk. Hij komt bij het afrekenen vertellen dat hij wel op onze komst gerekend had en speciaal voor ons wat vegetarische dingen bereid heeft. Geweldig toch?

Morgen vroeg op om op tijd te kunnen fietsen. Een niet al te ambitieus plan; twee bergen over en na de tweede is het alleen maar bergafwaarts tot Epidavros. Een tochtje van 21km. Dat moet toch lukken?

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag