Op weg naar Mycene
Talloze malen wakker door non-stop discoherrie tot vroeg in de ochtend! Verschrikkelijk! Bij het betalen van de camping doe ik mijn beklag. De dame van de camping zegt dat ze de politie al gebeld heeft, maar dat het telkens niet helpt.
We ruimen weer op als een zeer gesmeerd team. Merijn propt matjes in hoesjes, vouwt tenten op, ik stop alle spullen op de juiste plekken weg. Daarna smeer ik boterhammen, we eten en kunnen vertrekken.
Voor we gaan lees ik nog even via whatsapp berichtjes van ‘de zaagclub’, mijn lieve, trouwe maatjes bij de 1e violen van ons orkest. Enkele van hen gaan vandaag spelen op de begrafenis van Henriette, die vorige week gestorven is. Veel te jong.
Ik tel mijn zegeningen. Ik kan wel klagen over steile bergen of de hitte of wat dan ook, maar ik héb een leven. Elke dag zie ik de mooie dingen ervan. Ik kan me als een peuter verwonderen over de kleine, mooie dingen die ik zie. Zo’n fijn leven is niet vanzelfsprekend, dat besef ik telkens weer.
We rijden een stuk terug over de weg die we gisteren ook aflegden vanaf de rotonde vlak voor Nafplion. Het paard dat we gisteren passeerden staat er nog, zich door de enorm berg fruit heen etend. Er liggen zelfs watermeloenen bij. Hoe werkt zo’n paard dat weg? Erop stampen en dan aan de brokstukken knagen?
Zoals ik gisteren al merkte, hebben we nu het stuk vals plat tegen, maar het valt alleszins mee. We slaan af naar Nafplion. Volgens Merijn zijn we hier in september 2006 geweest met de kinderen maar ik kan me er niets van herinneren. Er hing vast een baby aan mijn borst die me afleidde of zo. Nafplion is prachtig. Mooie straten, aantrekkelijke terrassen waar we gretig gebruik van maken. Van verre zie je al de resten van een oude vesting boven op de berg, gebouwd tijdens het Venetiaanse tijdperk, ergens tussen 1711 en 1715. En ook in de haven is een oude vesting te zien.


Yentl bestelt een pannenkoek met ‘Griekse scrambled eggs’ en Levia een pannenkoek met fruit. Yentl krijgt een enorm ding met daarop een berg van feta, Griekse worst en tomaat. Ze werkt zich er met plezier grotendeels doorheen. Ook Levia haar bestelling is niet mis. De ober komt dan ook extra bestek brengen voor het geval wij te hulp moeten schieten, wat Merijn dan ook graag doet.

Het is vanaf hier nog ongeveer 20km naar Mycene (Mykines). Dankzij Google weten we leuke kleine weggetjes te vinden door eindeloze landerijen met citrusvruchten, afgewisseld door af en toe wat olijfboompjes.
Het valt me op dat overal wilde komkommerplanten groeien en melganzenvoet. Ik dacht altijd dat komkommerachtigen veel water nodig hadden. Misschien liften ze mee op de bewatering van de boomgaarden? Melganzenvoet ken ik wel en wie eigenlijk niet? Iedereen ziet het voor onkruid aan, maar het is een plant die verwant is aan amarant. Volgens Michael Pollan in zijn boek ‘Een pleidooi voor echt eten’ is het een van de gezondste planten om te eten. Zowel blad als vruchtjes (die zijn er inderdaad uit als amarant/quinoa) zijn eetbaar. Ik heb zo’n vermoeden dat de Grieken deze blaadjes ook eten als chorta, de wilde eetbare blaadjes waarover ik eerder deze week al schreef.


Het is werkelijk afzien op weg naar Mycene. Geheel vals plat en met flinke tegenwind. De kilometerteller komt nooit boven de 13km per uur uit. Tel daarbij op dat ik degene ben die vandaag niet zo heel goed gegeten heeft (wel genoeg water op)… niet handig. Het ís ook altijd lastig. Als ik net iets teveel eet, voelt dat tijdens het fietsen heel onaangenaam in mijn maag. Te weinig is ook niet slim.
Uiteindelijk bereiken we Mycene en we gaan naar de camping met zwembad (keuze uit twee). Het is er heerlijk stoffig en een beetje onderkomen, zoals Griekse campings wel vaker zijn. Het zwembad ligt er echter aanlokkelijk bij.
Merijn zet de tenten op terwijl ik mag uitrusten en schrijven. De meiden rollen de loungeset uit, die ze ‘vastzetten’ met grote stenen. Het waait zo hard dat Merijn bijna opstijgt met een van de tenten maar Levia redt hem.

Morgen blijven we hier om op ons gemakje wat oude stenen te kunnen bekijken. Yentl en Levia hebben zich al aangeboden als gids. Het is grappig om te zien hoezeer met name Yentl gék is op al die Griekse oudheid. Onderweg zijn we ook de Akropolis van Tiryns gepasseerd. We kwamen van de verkeerde kant en gingen op zoek naar de ingang, wat ons over een onooglijk paadje leidde, uitkomend bij een roestig hek. Maar die stralende snoet van onze oudste daarbij, dan weet je waarvoor je al die stoffige, warme kilometers trapt.
Meer foto’s zien? Bezoek op Facebook: fietsen langs oude stenen
