Een dagje Kalloni
Zaterdag in het vliegtuig bedacht ik me dat het al de 3e keer is dat we met de kinderen zouden landen in Athene. We namen ze toen ze -net 1 en net 3 waren- voor twee weken mee naar hier, huurden een autootje en reden de Peleponnesos rond, sliepen in een vierpersoons tent en hadden het heerlijk. Levia zette haar eerste stapjes op de camping in Gythion, juist toen ik een bakje yoghurt kocht in het winkeltje. In Kalamata leek de camping totaal verlaten en sliepen we uiteindelijk in een stoffig stadshotelletje. Driejarige Yentl bleef nog lang napraten over Epidavros. Het stadje en de camping maakten indruk, hoewel geen van beiden spectaculair zijn. Bij het theater maakten we toen een korte stop, maar dat was ze prompt weer vergeten.
Het is nu juist het theater dat haar trekt en ze heeft dan ook uitgezocht dat we op 9 augustus terug moeten zijn in Epidavros om daar een voorstelling bij te wonen. We zullen zien of dat lukt qua route. In Epidavros plukten we destijds ook de rijpe granaatappels zo van de boom. Ze hangen hier net buiten ons logement nu nog groen aan de takken. Eenmaal thuis herkenden de kinderen granaatappels op de Eindhovense markt als ware delicatesse. Met hun kleine vingertjes pulkten ze graag ieder een halve granaatappel leeg. Daarna moest een van ons ze steevast in bad stoppen terwijl de ander de keuken en tafel moest dweilen.
Het is voor mij denk ik de 5e of 6e keer dat ik in Griekenland ben, maar als we met z’n tweetjes koffie drinken op een terras, realiseer ik me dat Griekenland in al die jaren geen spat veranderd lijkt te zijn. Mensen rijden af en aan op brommertjes, mannen vaak in hun blote bast. Soms stopt er iemand in een auto zomaar midden op de weg om naar een cafébaas aan de overkant van de weg te toeteren, zwaaien en dan weer te vertrekken na over en weer toegeroepen vriendschappelijkheden. Oude vrouwtjes sloffen rond in het zwart met een kruisje om hun nek of in een bloemetjesjurk met schort. Kinderen in te grote schoenen, wat je ook in Azië veel ziet. Allemaal dingen die ik ook bijna 30 jaar terug al zag en zo zijn gebleven.
We zijn zo vroeg naar dit terras gegaan om de rekening van het eten van gisteravond te vereffenen. Toen we wilden betalen bleek de pinautomaat het niet te doen. Meneer de uitbater gaf ons het bonnetje dat 12€ vermeldde en zei: “Tomorrow, my friend”. Vandaag doet de pinautomaat het nog steeds niet, zijn wij cash nog steeds blut maar gelukkig blijkt Levia over een goedgevulde portemonnee te beschikken. Aan de tafel naast de kassa zit een mevrouw groene blaadjes van hun steeltjes te plukken. Ze komen me vaag bekend voor maar ik kan het niet thuisbrengen. Ik weet alleen dat ik dit tafereeltje vaker heb gezien hier in Griekenland. Ze vertelt dat het ‘górta’ heet. Ik zoek het op en górta betekent niets meer dan in het wild geplukte, eetbare blaadjes. Vandaag de dag neemt helaas het aantal mensen dat weet wat eetbaar is en wat niet wel af.
![]()
Onze kamer in het ‘beach resort’ is heel ruim en uitgerust met een keuken. Dat is meer een kast met een kookplaatje en gootsteen erin en ontmoedigt je onmiddellijk als je koken zelfs maar zou overwegen op vakantie. Maar ontbijtbordjes zijn handig en met een vers Grieks brood en vage Griekse zoetigheden beginnen we de dag met de meiden. Ze hebben allebei uitgeslapen. Levia ‘slechts’ tot 10 uur, maar voor Yentl is dat een soort wonder. Zij gaat altijd laat naar bed en is vroeg wakker. Het geeft aan dat ze nog niet helemaal fit is en we aarzelen dan ook niet om hier gewoon een rustdag te nemen.
De zee is nabij en we vermaken ons een tweetal uurtjes in een kleine baai aan het einde van de boulevard. Dat laatste moet men met vat zout nemen, een asfaltweggetje langs de oever is alles. Er is geen strandtent, geen cafeetje, helemaal niks.
We gaan allemaal het water in dat heerlijk van temperatuur is. Lauw, dus wel verkoelend maar niet te. Yentl is in haar element. Ze is een enorme waterrat en als je haar loslaat in de buurt van water, brengen ze het grootste deel van de tijd door met haar hoofd onder het wateroppervlak. ‘Er zijn veel mooie visjes’, vertelt ze me dan ook. Ze zwiert door het water alsof ze geen meisje maar een soort elegante vis is. Heerlijk dus.
![]()
![]()
![]()
Ik ga al na een half uurtje het water uit maar vermaak me prima onder een boom met een boek. Lang leve de ereader! We hebben heerlijke zandkoekjes met citroenvulling ertussen mee. De kleine baai wordt steeds drukker. Regelmatig komen er jongetjes en grotere jongens op een soort crossfietsje aan, parkeren hun vehikel tegen een boom, begroeten mij, bewonderen de tandem en gaan te water. Maar niet alleen jongeren, ook oudere mensen, sommige gewoon mer hun hoed of pet op, zoeken hier de verkoeling in het water. Dit is gewoon het plaatselijke zwembad en -naast de 3 cafeetjes die het dorp telt- een fijne ontmoetingsplek voor de dorpelingen.
De meneer van Dimitra Food waar we gisteravond en vanmorgen waren, heeft goed opgelet toen ik vanmorgen zei: ‘See you later!’ Zodra we na een middag lummelen, lezen, zwemmen op zijn terras verschijnen, komt hij vertellen: ‘I have green beans for you today’. We zeggen dat ons dat wel lekker lijkt en hij verdwijnt, zonder ook maar te vragen of en zo ja hoeveel we willen. Even vragen we ons af of hij nu zomaar wat borden vol schept of??? Maar hij keert snel terug en we worden meegenomen naar de keuken. Naast een stoofschotel met bonen zijn er courgettekoekjes. ‘No meat’, zegt hij. We bestellen courgettekoekjes, de bonen, een choriatiki en frietjes en het is allemaal heerlijk. Hij komt bij het afrekenen vertellen dat hij wel op onze komst gerekend had en speciaal voor ons wat vegetarische dingen bereid heeft. Geweldig toch?
![]()
![]()
Morgen vroeg op om op tijd te kunnen fietsen. Een niet al te ambitieus plan; twee bergen over en na de tweede is het alleen maar bergafwaarts tot Epidavros. Een tochtje van 21km. Dat moet toch lukken?
