Van Kalloni naar Epidavros
Slingerend tussen de sinaasappels en olijven door keren we terug naar de hoofdstraat van Kalloni waar we na een bezoek aan de bakker vertrekken richting Epidavros.
Aanvankelijk lijkt het klimmen wel te doen. Amper 36 uur nadat Yentl hier huilend tegen de vangrail zat, zie ik haar omhoog fietsen zonder stoppen. Het punt is dat het klimmen maar doorgaat en doorgaat. Het ene bordje 10% helling na het andere verschijnt.
Als je zo druk bent met jezelf een berg op fietsen, krijg je soms vreemde gedachten. Zo kan ik helemaal opgaan in welke plek op de weg het beste is om te fietsen. Je hebt de rand van de weg, die is hier heel eng, want het asfalt is nieuw en 20cm dik. Aan de rand donder je er zo af. Bij heftige klimmetjes wiebel je soms zo met de voorkant van je fiets dat me dat enkele malen bijna gebeurt. Dan is er natuurlijk het verkeer dat langskomt dus je wilt toch zo veel mogelijk aan de kant fietsen. Er is een dikke witte streep, erop rijden is raar, dus pal ernaast en netjes het lijntje volgen. Waarom zou ik niet weten. Iets neurotisch? Dan kom je problemen tegen zoals gaten, stenen, dooie beesten en wat Dies meer zij, waardoor je even afwijkt van je vierkante millimeter. Lekker onzinnig allemaal, maar het heeft vast een functie en het is ook behoorlijk zen. Bovendien gaan er weer wat meters voorbij als je je concentreert puur op de techniek van het fietsen zelf. Ineens merk je dat je bijna boven bent. O nee, die klim gaat na de bocht toch stiekem verder.
Je vraagt je af waar je in vredesnaam mee bezig bent om in de bloedhitte zoiets te ondernemen. ‘Is dit vakantie?!’ roept de 13-jarige vlak achter je, ter bevestiging dat je niet de enige bent met zulke gedachten. Iedereen klaagt over het water. Water zat, maar het is allemaal warm geworden. Door 1 fles heb ik anderhalve tablet magnesiumdinges gegooid met citroensmaak. Die lust niemand meer na lichte opwarming.
Eindelijk eindelijk eindelijk komen we dan op het punt dat ik van verre al zag. Epidavros zien we al een hele tijd beneden liggen. Maar wat ook te zien was is hoe de weg verder omhoog de hemel in ging. Van verre zagen we de vrachtwagens rijden. Maar hier is dan het punt dat we rechtsaf mogen, een onooglijk weggetje in maar het goede nieuws is dat het naar beneden gaat.
En hoe! Theoretisch gezien kunnen we nu binnen enkele minuten op de camping beneden zijn, maar alleen als je overmoedig of eigenlijk gewoon gestoord bent. Hier gaat het niet 10% omlaag maar gewoon zó veel dat ik op een gegeven moment bijna niet meer in het zadel durf te blijven zitten. Dus we remmen ons een ongeluk. Net als mijn handen het totaal opgeven, wat doet dat knijpen zeer, is de weg waar we rechtsaf mogen. De laatste twee kilometer, ja, dat is fietsen zoals ik het een plezier vind.
We arriveren op camping Bekas. De camping waar Merijn in zijn jeugd al veel geweest is. Bij de receptie hangen oude foto’s en Merijn herkent prompt mensen. Is dat Kostas? vraagt hij in keurig Grieks aan het meisje achter het bureau. En ja hoor. Hij vertelt dat zijn vader ooit is wezen duiken met Kostas. Op zijn vraag of Kostas nog leeft is het antwoord bevestigend, maar helaas is Kostas wel ziek.
Nu we lekker vroeg gearriveerd zijn (11u15) kunnen we de rest van de middag lummelen. Lekker in zee dobberen, lezen. Ik was ook meteen mijn vieze fietskloffie. Alles is hier binnen een uur droog.
Basic kamperen, dus zonder de luxe van bijvoorbeeld stoeltjes, blijkt voor ons best een opgave. Hier merken we dat we geen 20 meer zijn. Merijn moppert een beetje op me: ‘Ik had het nog gezegd…’ maar ik was eigenwijs. Hoezo moesten we stoeltjes? Wat een gesleep en gedoe. Kom op, gewoon zoals vroeger. Ai!
‘s Avonds fietsen we naar het dorpje, zo’n 2 kilometer van de camping. Als we eten op een terras komt een een kudde motorbootjes aan. Allemaal van die opblaasbootjes gevuld met mensen die aan her flottielje zeilen zijn. Die bootjes zijn alleen niet echt goed opgeblazen, wat eruit ziet alsof er zometeen wat mensen gaan zinken of zwemmen. Maar alles gaat goed.
Eens zien of we morgen doorfietsen of nog een nachtje hier blijven. Blijven lijkt ons saai, alleen Levia voelt er wel iets voor, maar misschien kan het geen kwaad ons lijf wat rust te geven na de idiote etappe van vandaag. We zijn echt wel wat gewend, maar dit was behoorlijk afzien.
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
