De gezonken stad en wederom aardige Grieken






Het valt me op hoeveel mensen hier roken. In Nederland lijkt roken not done meer, iets uit een vroeger tijdperk. Maar hier zit je overal weer als vanouds in de tabakswalm. Bij het ontwaken ruik ik het al; de Griekse achterburen die net uit bed gerold zijn, ontbijten met een stevige portie nicotine (voor de televisie). Op ieder terras waar je neerstrijkt: sigarettenrook. Eigenlijk bijzonder hoe snel en enorm dat in Nederland lijkt te zijn afgenomen. Ik zeg bewust ‘lijkt’, want misschien is dat alleen maar mijn beeld.
De dames slapen uit, wat ongelooflijk is gezien het feit dat hun tent zeer snel moet opwarmen. Ze staan net in het zonnetje en hun tent is donker groen. We hebben al besloten hier te blijven. Dagje fietsen, dagje rust is prima als uitgangspunt voor deze vakantie.
Wie vorig jaar dacht dat we gek waren om in de tropen te gaan fietsen, kan ik nu al vertellen dat dat echt simpeler was. Ja, ook heet, maar de route die wij reden was veel vlakker, op een enkele bergachtige etappe na. Bovendien was er veel meer beschutting en was het veelal bewolkt.
Ik ben dan ook blij met die paar wolken die rond 9u de hele sfeer een stuk beter maken. Wie mij kent weet: 30 graden maar bewolking is mijn favoriete weertje. Nooit zorgen om wat je aan moet, een flutjurkje is voldoende. Helaas verdwijnen de wolken hier net zo snel als een zelfgebakken rabarbertaart in mijn kinderen.
Terwijl de kinderen pogingen doen tot wakker worden, rijden Merijn en ik naar Epidavros om waterschoentjes voor ze te kopen. Als je hier de zee in gaat kun je bijna niet zonder. Ik houd dan ook steevast mijn Teva’s aan die ik speciaal hierom heb meegenomen. Dat zijn tevens de meest ideale fietsschoenen in de zomer: lekker stijve zool maar verder heel luchtig.
Op een terras vol rokende opaatjes drinken we wat, lekker in de schaduw van de bomen. Ja, zo ziet het leven er heel anders uit dan wanneer je puffend een helling van 14% procent op probeert te fietsen in de brandende zon. Merijn heeft natuurlijk weer eens iets gevonden waarop de stijgingspercentages van de gereden route zichtbaar worden. Ik overdreef niet met wat ik gisteren schreef.
Het heftige klimmen maakte me ook een beetje bang. Bang om op te moeten geven, terwijl ik de kinderen steeds voorhoud dat als ze het niet trekken of afschuwelijk vinden, we desnoods 2 weken op een leuk campinkje aan zee gaan staan. Maar ik en opgeven, no way. We hebben al nagedacht over hoe we het onszelf iets gemakkelijker kunnen maken qua route. We hebben ook bedacht dat het helemaal niet raar is dat je moeite hebt met zoveel klimwerk op pas de tweede echte fietsdag. Dus, alles komt goed.
Vandaag zie ik het weer helemaal zitten en ik besef dat het ritje heen en weer naar Epidavros (6km) echt fietsen is zoals ik het leuk vindt. De wind door je haren, een mooi klein weggetje omzoomd door talloze vlinderstruiken, vijgen, olijven, uitgebloeide brem en ergens een piepklein stalletje waar we wat tomaten kopen van een mevrouw die het onbegrijpelijk vindt dat Merijn zo groot is dat hij met z’n kop tegen de rand van het stalletje loopt.
In de middag maken we een wandeling langs het strand tot we aankomen bij ‘de gezonken stad’, een oud stukje van Epidavros dat een meter lager lag en in zee is verdwenen. Aangezien ik mijn kop niet vrijwillig onder water steek, vermaak ik me weer eens lezend (boek nummer 3 deze vakantie) maar van de rest hoor ik dat het echt mooi en indrukwekkend is.
We gaan eten in het dorp. Deze keer niet pal aan de haven met de extreem toeristische tenten. We gaan eten bij een meneer die toen we het dorp binnenreden riep: ‘I like your bicycles!’ Meteen bonuspunten verdiend en het terras zag er leuk uit. Nou, hij verdient ook absoluut bonuspunten voor het eten. We zitten een beetje te dubben en hij helpt ons door te zeggen: “Zal ik gewoon wat lekkere vegetarische dingen laten komen?” Dus wij sommen op wat ons lekker lijkt van de kaart en we wachten af. Er komt een choriatiki (boerensalade), een schaal gevulde aubergines, zaziki, gevulde tomaten en górta. Verrukkelijk simpel dat laatste; bereid met slechts olie en citroen. De vertelde briam is niet gekomen. Pardon… nog niet gekomen, want zodra er 1 schaaltje leeg dreigt te raken, verschijnen er nog twee gerechten, dolmadakia en Briam. Wie weleens in Nederland gevulde wijnbladeren (dolmadakia) gegeten heeft, heeft hier een beeld bij. Maar dit… zo anders. Ze zijn warm en geserveerd met een romige citroensaus met dille. Verrukkelijk! Net als de rest van het eten trouwens. We rekenen 2€ meer af dan gisteren maar het was 10x lekkerder. En alsof dat nog niet alles is komt onze fietsfan af en toe kletsen en…. nodigt ons uit om te komen logeren op zijn boerderij vlakbij Kalamata. Hij begint daar in het begin al over, maar het is serieus. We krijgen een briefje met zijn mailadres en telefoonnummers. Reuze aardig. We hebben ook ontzettend leuk met hem gepraat en hebben duidelijk met een zeer intelligent en bereisd iemand te maken. We mogen niet weg voordat hij ons nog een flessenkoeltasje cadeau heeft gedaan. Dat hebben wij weer hoor…
Terug op de camping ga ik even vragen of de camping het hele jaar open is. Want, wij hebben een plannetje…. we willen Merijns ouders graag een weekje meenemen naar de Peleponnesos zodat ze langs plekken kunnen gaan waar ze zoveel plezier hebben gehad vroeger. Merijn is bang dat ze het met z’n tweetjes niet meer zullen doen en wij vinden dat wel leuk met z’n zessen. (Het antwoord op deze suggestie is ook onmiddellijk ‘ja’ van hun kant.)
Maar terug naar mijn vraag of de camping dan nog open is in oktober…. een antwoord krijg ik wel maar ook zegt de man bij de receptie dat het verhaal dat Merijn hier is inmiddels de hele familie door is gegaan. Hij zelf is de zoon van Theodor, één van de vier broers die deze camping beheerden vroeger. Theodor en Kostas zijn nog in leven. Kostas herinnert zich de Nederlandse familie met een rubber motorboot met wie hij ging duiken maar al te goed! Ze kwamen hier diverse malen evenals een Poolse arts.
Als ik het mijn schoonmoeder app krijg ik prompt terug: “De Poolse arts in zwembroek die Jo zijn neus naaide ….
Wij zijn daar echt ieder jaar dat we naar Greece gingen een weekje geweest…”
(Het verhaal van de neus is iets met een waterski ongelukje waarna er een neus gehecht moest worden. Bij gebrek aan verdoving kreeg mijn schoonvader eerst flink wat borrels.)
De man bij de receptie die zelf ook Kostas heet net als zijn oom, vertelt dat hij het zich vaag herinnert, maar hij was toen ook een tiener, net als Merijn destijds. Hij vindt het zo bijzonder dat hij tot slot een fles zelfgemaakte wijn tevoorschijn trekt en aan ons cadeau doet.
Zo. Verschrikkelijk. Aardig!!!!!
Daar staan we dan.. morgen fietsen we weer verder en zitten we met zo’n fles. Gelukkig lusten onze buren (die toevallig 5km bij ons vandaan blijken te wonen in NL) ook wel een glaasje.
Een bijzondere avond!
