Griekenland roept ons tot de orde
Ontbijten in hotel Poseidonio is bepaald geen straf. We hebben goed maar erg kort geslapen. De fietsdozen mogen hier in het hotel blijven en halen we over drie weken weer op. We hebben voor die avond maar meteen een kamer geboekt.
De gate van de haven waaruit wij vertrekken is slechts een kilometer fietsen en eenvoudig te vinden. De fietsen mogen we onderin het ruim parkeren. Het gaat allemaal heel Grieks en gemakkelijk. De boottocht verloopt prima. Wel enorm veel herrie, vind ik. Oordoppen helpen helaas niet bij deze lage dreun.

![]()
Om 12u15 legt de boot aan in Methana. We zijn vlot naar de ‘garage’ gesneld maar treffen daar een ontstemde Griekse meneer omdat we onze fietsen tegen een andere fiets moesten zetten, die van een meisje dat zijn kleindochter is of kan zijn. Hij moppert er lekker op los in het Grieks. Een Griek met haast ben ik nog niet eerder tegengekomen.
Voor lunch vinden we het wat vroeg. Dus besluiten we naar ‘de restaurantjesbaai’ te fietsen. Dat is een kleine omweg maar voor Merijn groot jeugdsentiment. Al sinds wij samen zijn vertelt hij verhalen over de zomervakanties met zijn ouders. Twintig jaar lang hoorde ik verhalen over varen met de motorboot, allerlei idyllische plekjes, de camping van Epidavros en de geliefde restaurantjesbaai. Zijn ogen gingen daarbij altijd zo glinsteren dat ik me bijna vereerd voelde toen we met z’n vieren naar Griekenland gingen in september 2006 en wij zijn jeugdsentiment in het echt mochten aanschouwen.
![]()
![]()
De zoete herinnering aan ‘de restaurantjesbaai’ maakt dat we vandaag misschien niet zo heel helder nadenken. We moeten even de berg naar de andere kant van het schiereiland over. Ik vind het prachtig en geniet met volle teugen. Het is ontzettend steil op sommige stukken, maar als je even stil moet staan is het uitzicht altijd fantastisch. Natuurlijk zijn er talloze olijfbomen, vijgen, mijn geliefde eucalyptussen, prachtige bougainville en ik spot een meloen die, als ik dichterbij kom, een bovenmaatse citroen blijkt te zijn. We hebben voldoende water bij ons en na ruim een uur dapper doorzetten bereiken we Vati.
Aan een wiebelig tafeltje lunchen we met een Griekse salade, frietjes en kleine visjes. De meneer van het restaurant zegt dat van Methana naar hier vreselijk zwaar is, maar vanaf hier naar Epidavros is gemakkelijk.
Niets is minder waar. De ene steile beklimming na de andere. Voordat we het schiereiland af zijn, zijn we allemaal al totaal op. Ik voel me niet helemaal lekker, denk dat een volle maag niet heel erg lekker trapt als je alles moet geven. Gelukkig trekt het wel bij na een tijdje. Net op het vasteland fietsen we langs een stuk heel on-Grieks uitziend wetland. Helaas is het al snel weer waanzinnig klimmen. Merijn lijkt wel een jonge hond. We kunnen heel erg veel stukken allemaal niet meer fietsen, zo steil is het. Merijn legt sommige afstanden 3x af; tandem naar boven, teruglopen, een andere fiets naar boven helpen. Af en toe gaan we natuurlijk ook een stukje omlaag maar het schiet totaal niet op. En het wordt later en later. Rond 18u45 zijn we weer op een onmogelijk stuk als ineens Yentl totaal instort. Ik moet zeggen dat ik het ook compleet gehad heb, alhoewel ik ineens weer stukjes kan fietsen. Maar ik heb domweg last van de enorme herrie van de cicaden, de zon die net op het randje van m’n zonnebril 1 oog irriteert, de weerspiegeling van de vangrail omdat dit stuk weg recentelijk vervangen is en het is eigenlijk wel genoeg geweest voor vandaag.
![]()
![]()
Yentl huilt en ziet bleek. We voeren haar water en druivensuiker. Er stopt een sjieke auto en een Grieks echtpaar vraagt bezorgd of ze iets kunnen doen. Dus ik vertel dat we eigenlijk nog naar Epidavros willen. Ze beloven in de buurt te blijven en nog eens terug te komen rijden want ze maken zich zorgen over ons.
Merijn kijkt op internet of er in de buurt een hotelletje is of zo. Hij hangt net aan de telefoon met het Kalloni Beach Resort als de auto weer stopt naast ons. Uiteindelijk gaat Yentl met een paar zware tassen met ze mee in de auto. Levia neemt de solofiets die ze delen en Merijn trapt de tandem alleen. We hoeven alleen maar bergafwaarts, enorm remmend, een paar kilometer terug. Die zijn zo gefietst. De Grieken rijden vlak achter ons met knipperlichten aan.
Op de stoep van het beach resort (beach is trouwens nog best een eind maar ze hebben een zwembad) moet Yentl spugen. We bedanken de aardige mensen van de auto, ik geef ze een pakje stroopwafels dat wel wat verbrijzeld is in mijn voortas maar in dankbaarheid aanvaard wordt. Dan we helpen Yentl met z’n allen onder een lauwe douche en daarna naar bed. We beseffen dat twee te korte nachten, de warmte en zoveel inspanning teveel waren. Merijn vraagt zich af of we ontaarde ouders zijn. Ik zeg dat we gewoon eens iets proberen, zoals we wel vaker doen en meestal pakt het goed uit. Nu laat Griekenland ons voelen dat we toch niet te hard van stapel moeten lopen.
Yentl knapt gelukkig op van wat rust en zelfs even slapen. Later op de avond gaan we zelfs nog even iets simpels eten op een terrasje.









