Van Kynéta naar Piraeus
Na anderhalve week Griekenland kunnen we merken dat onze conditie erop vooruitgegaan is. Klimmen gaat gemakkelijker en dat is maar goed ook vandaag. Net zoals er gisteren bij de camping een bord stond ‘laatste camping voor Athene’, zou er ook af en toe een teken moeten zijn dat je de laatste schaduwplek bereikt voor je weer twee kilometer zonder moet terwijl je omhoog trapt. We hebben het eerste stuk van onze etappe gelukkig uitzicht op azuurblauw water, prachtige planten en het sneeuwt of ijzelt niet. Jammer dat de wind z’n adem inhoudt, want een verkoelend briesje zou aangenaam zijn.
Plaatselijk is een stuk natuur afgebrand aan de steile kust, maar de natuur lijkt zich wonderwel goed te herstellen. Gelukkig volgt er een hele mooie afdaling. Zo vind je ze hier zelden; niet te steil en met goed wegdek. Beneden moeten we om een fabriek heen fietsen om zo even later weer een weg langs de zee te kunnen volgen. Langs de weg zijn de oleanders hier zo’n 3-4 meter hoog en ze zorgen fijn voor schaduw. Eenmaal terug aan zee zie ik dat de planten met de paarsblauwe bloemetjes en grijze blaadjes hier tot ver op het strand staan.
We zijn bijna bij de plek waar de boot naar Salamis gaat, maar voor we de laatste kilometers afleggen, drinken we eerst iets op een terras. Behalve grote glazen water met ijs, serveren ze hier ook al hun gasten verrukkelijke cake. Als ik ga betalen, vraag ik of die soms van de plaatselijke bakker van 3 deuren verder komt. Nee, ze bakken die zelf en omdat ik het zo lekker vind, krijg ik zomaar een grote papieren beker met stukjes cake mee. Met een beetje frutselen past ie precies in m’n stuurtas.
Behalve de nog altijd voortdurende herrie (het is serieus hard) van de cicaden, is nu boven ons hoofd ook een aanhoudend gebulder van een overkomende Chinook. Soms vliegt hij zo laag dat het lijkt alsof je hem kunt aanraken als je je arm uitstrekt.
We moeten nog om een serieuze puist steen heen. Dat kan rechtsom over gravel of linksom langs het vliegveld. Daar hebben ze een waanzinnige verzameling Chinooks klaar staan. De weg van vliegveld naar haven lijkt dwars door de woestijn te gaan. Een rechte weg, bomen bestaan hier niet en goden nog aan toe, ik vind het vandaag uitzonderlijk warm. De tegenwind is vanmiddag ook erger dan het klimmen. Toch blijft fietsen wonderwel plezierig. Althans, dat vind ik.
De boot naar Salamis ligt al klaar en we worden hartelijk welkom geheten door de bemanning. Nog meer als ze horen dat we Nederlanders zijn. Uiteraard beginnen ze voetbalclubs op te sommen. Na slechts 8 minuten zijn we aan de overkant.
Welkom op Salamis! roepen de dikke rijen afvalbakken. Verder is er niks. Een gesloten kantoortje of iets dergelijks. Geen spatje schaduw. Terwijl Merijn met ome Google praat over de route steken wij dames onze voeten in het water in de haven.
Even later rijden we over Salamis. Wat me opvalt is dat ik alleen maar naaldbomen zie. Geen enkele loofboom, alleen later in tuinen, waar ze natuurlijk bewaterd worden. Een poging om aan het strand iets te eten strandt, ze hebben alleen drankjes dus we trappen verder tot de stad Salamina. We hebben nog nooit zoveel water verbruikt als vandaag denk ik. Zeven flessen van 1,5L!! En de dag is nog niet om.
Een Vlaamse meneer die ook Grieks spreekt, dient ons ongevraagd van allerlei advies. Als we iets bestellen roept hij dat de kinderen patat moeten, want kinderen houden van patat, zegt hij. Bijna schrijft de juffrouw het al op. Maar onze kinderen houden niet echt van patat. Nou, volgend adviesje dan… Als we op de boot zijn, mogen de kinderen gerust met de kapitein en aan het stuurwiel op de foto. Nu zie ik 1 jongedame met haar ogen rollen. De andere toont nog wel interesse, want zelf een boot besturen klinkt altijd gaaf. En zo gaat het nog eventjes door. Nou duurt het al bijna een uur totdat de door Merijn bestelde portie sardientjes arriveert, maar met onze gratis gids die niet kan stoppen met praten weet, lijkt het nog langer.
Het geeft ons daar aan het tafeltje met uitzicht op de haven van Salamina wel tijd om even te checken hoe het zit met een kamer hier. Camping is er niet. Kamers lijken volgens de websites vol of ver weg. We besluiten Salamis verder te laten zitten en door te gaan richting Athene en dan te beslissen. De kinderen zijn het ermee eens.
Met een te volle maag zitten we even later weer op de fiets. (Note to self: als je gaat lunchen op een terras hooguit 2 gerechten bestellen!) Ik vind het niet erg Salamis meteen weer te verlaten. Misschien is de andere kant van het eiland wel aardig maar hier is er weinig aan. Het havenstadje Palóukia is ronduit lelijk. De haven ligt vol met grote veerboten en vlakbij is knetterend lelijke industrie zichtbaar.
We varen dus naar Piraeus. Vermoeid gaan Yentl en ik beneden in de salon zitten. Het oorspronkelijke tapijt is er bedekt met een laag plastic. Gevalletje spijt van tapijt zeker. Door de airco vergeten we bijna hoe warm het buiten is. Varend dwars door het havengebied van Piraeus zien we grote overslagbedrijven met oneindig veel containers, veel veerboten en vlak voor we echt de haven invaren passeren we een cruiseschip met een miljoen kamers. Of zoiets. Een drijvend Bijlmer flatgebouw. Vast een stuk luxer dan Bijlmer.
Op een bankje in Piraeus moeten we een besluit nemen wat nu te doen, omdat het plan een nachtje op Salamis te blijven is mislukt. De boot naar Kreta komt voorbij als optie maar er zijn vandaag en morgen geen hutten meer vrij en aangezien ik geen 18 meer ben, zie ik slapen aan dek niet zo zitten. Flauw he? Dus we geven gehoor aan de wens van de kinderen en nemen de metro naar Athene. Ik vind het niks, zo’n grote vieze stad en al helemaal in de zomer, maar vooruit. Hopelijk hebben we morgen toch een leuke dag.

